Partij voor Zeeland < Vragen aan GS 2011 < art 44 vragen: onzinnige conclusies m.b.t. ontpoldering en waterschapslasten in casestudie Marije Schaafsma.
art 44 vragen: onzinnige conclusies m.b.t. ontpoldering en waterschapslasten in casestudie Marije Schaafsma. PDF Afdrukken E-mailadres
Vragen aan GS
vrijdag 21 januari 2011 11:14

Het College van Gedeputeerde Staten

Hoek, 20 januari 2011

Geacht College,

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ) over onzinnige conclusies m.b.t. ontpoldering en waterschapslasten in casestudie Marije Schaafsma.

Toelichting

De Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ) is buitengewoon verbaasd (PZC 20 januari, pagina 3) m.b.t. de verklaarde onzin in een casestudie van Marije Schaafsma (Instituut Milieuvraagstukken) over de economische waarde die Nederlanders hechten aan verbe-teringen van de waterkwaliteit, die volgens haar bijdragen aan onze welvaart door bijvoorbeeld het aantrekkelijker worden van de recreatie. De maatschappelijke baten van ontpoldering van de Hedwigepolder zouden groter zijn dan de kosten en de bewoners van Zeeland zouden graag meer aan waterschapslasten betalen als dat geld ten goede kwam aan verbetering van recreatie en natuur bij Breskens, Saeftinghe en De Braakman. Verder beweert zij dat ontpoldering nodig is ter compensatie van de natuur, die verloren ging door het verdiepen van de Westerschelde.

· De Hedwigepolder moet niet ontpolderd worden om natuurcompensatie te leveren voor verdieping van de Westerschelde. Die twee hebben niets met elkaar te maken.

· Het ligt niet in de lijn met de doelstelling van fusiewaterschap "Scheldestromen" om natuurgebieden te financieren doormiddel van waterschapsheffingen.

· De bereidheid tot betaling van hogere waterschapsbelastingen is onder de bevol-king van Zeeland absoluut afwezig.

Volgende week promoveert Marije Schaafsma aan de Vrije Universiteit van Amsterdam op "Ruimtelijke effecten in milieupreferenties".

De Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ) heeft grote twijfels aan de integriteit en achtergrond van de groep(en) ondervraagden voor dit onderzoek. Wij vrezen dat deze allerminst representatief is.

Vragen

1. Is uw College op de hoogte van bovenvermelde studie en de wijze waarop deze tot stand is gekomen?

2. Zo ja, kan uw College het dan met onze fractie eens zijn, dat de conclusies uiterst twijfelachtig zijn?

3. Kan uw College de visie van onze fractie delen dat deze studie inhoudelijk een verkeerde voorstelling van zaken geeft en daarmee de publieke opinie onjuist/misleidend kan beïnvloeden?

4. Is uw College bereid om in het belang van Zeeland mevrouw Schaafsma te verzoeken de gerezen twijfels (niet alleen bij de Partij voor Zeeland, maar ongetwijfeld bij een breed Zeeuws publiek) weg te nemen?

Onze fractie ontvangt graag spoedig antwoord op deze vragen.

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ)

Johan Robesin, voorzitter