Partij voor Zeeland < Vragen aan GS 2010 < art 44 vragen: “kinderfeestje met een bijsmaak” rond het “Plan Perkpolder”
art 44 vragen: “kinderfeestje met een bijsmaak” rond het “Plan Perkpolder”
Vragen aan GS
maandag, 12 juli 2010 13:07

Aan het College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDELBURG

 

Hoek , 11 juli 2010

 

Geacht College,

 

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ) over “kinderfeestje met een bijsmaak” rond het “Plan Perkpolder”.

 

Toelichting

Fractievoorzitter Leen Harpe van GroenLinks stond in de Statenvergadering van afgelo-pen vrijdag, toen het ging over onvrijwillige grondverwerving in “Plan Perkpolder”, met een uitgestreken gezicht te beweren, dat het project al vanaf het begin op groot enthousiasme heeft mogen rekenen en nog steeds zeer positief wordt benaderd. Ook op de eerste informatiebijeenkomsten was volgens hem vrijwel niemand negatief. De heer Harpe zat er volkomen naast. Al meteen stuitten de bedoelingen met het voormalige veerplein en omliggende landerijen op fors verzet. Ik ben daar zelf getuige van geweest en heb dat eerder al in de Statenzaal opgemerkt. Maar wellicht dat de kritiek van poli-ticus en burger per ongeluk niet in de notulen is weergegeven of uit geheugens is gewist.

Kritiek mocht kennelijk ook niet memorabel gemaakt worden, toen vorige week donder-dag een paar honderd kinderen van twee basisscholen in Kloosterzande op en rond de voormalige veerhaven zich tegoed konden doen aan een “educatieve tractatie” van “Perkpolder Beheer”. Van de jeugdige gasten en hun begeleiders werd als vanzelfspre-kend verwacht, dat zij “Plan Perkpolder” met de grootst mogelijke sympathie in de armen sloten en dat ook lieten blijken.

Daar heeft de Statenfractie Partij voor Zeeland grote moeite mee. Enkele vragen maken wellicht duidelijk waarom dit bij onze fractie slecht gevallen is.

 

Vragen

  1. Is het uw College, als regisseur van “Plan Perkpolder”, bekend dat kinderen tevoren werd opgedragen een T-shirt van Perkpolder te dragen en als zij daar geen trek in hadden, van deelname zouden worden uitgesloten?
  2. Is het uw College bekend dat enkele kinderen een T-shirt droegen van het actiecomité “Redt onze Polders” en dat dit onder protest werd toegestaan, omdat  één van de begeleidende ouders ook zo’n shirt droeg?
  3. Is het uw College bekend dat stickers met de tekst “Ontpolderen Nee””, die werden uitgedeeld door mensen met de nodige kritiek op de Perkpolderplannen, onmiddellijk in de prullenmand moesten verdwijnen?
  4. Is het College het met onze fractie eens, dat een wellicht goed bedoeld kinder-feestje op deze manier een bedenkelijke bijsmaak heeft achtergelaten?

 

In afwachting van uw antwoorden, verblijven wij, Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland, Johan Robesin, voorzitter.

 

Kreeksingel 43, 4542 BN HOEK