Partij voor Zeeland < Vragen aan GS 2010
Vragen aan GS
art 44 vragen: Jaarlijks groter wordende distelplaag
Vragen aan GS
dinsdag, 03 augustus 2010 11:35

Aan het College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis Middelburg

Postbus 6001

4330 LA MIDDELBURG

 

 

Hoek, 3 augustus 2010

 

Geacht College,

 

Schriftelijke vragen van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ), conform Art. 44 van het Reglement van Orde, over de jaarlijkse groter wordende distelplaag, die de Zeeuwse akkergronden en het cultuurlandschap  aanzienlijke schade toebrengt.

 

Toelichting.

 

Vorig jaar 11 augustus stelde onze fractie schriftelijke vragen aan uw College over het gebrek aan handhaving van de provinciale distelverordening. Wij doen dat opnieuw en met reden.

Inmiddels is er wel een “aangepaste” regelgeving, maar het effect van de jaarlijkse distelplaag blijkt er niet minder door te worden, eerder erger. De Partij voor Zeeland stemde als enige fractie in de Staten tegen de nieuwe verordening, omdat daarmee het beheer van natuurgebieden wordt ontzien; onze vraag was juist om harder op te treden.

De gevolgen zijn op dit moment in heel de provincie zichtbaar. Natuur en landschap zijn volkomen overwoekerd. ZEELAND, ECHT WAAR!

Zeeland zit nagenoeg vol toeristen en dat is prachtig, maar minder fraai is dat alle Zeeuwse regio’s compleet overwoekerd worden door distelgroei en –bloei. Bepaald niet tot blijdschap van de vele wandelende en fietsende recreanten en evenmin tot vreugde van de Zeeuwse akkerbouwers, die met flinke schadeposten worden opgezadeld. Irritatie  en klachten alom, maar er gebeurt niets. De werking van een nieuwe distelverordening is ver zoek. De Partij voor Zeeland heeft (helaas) gelijk gekregen.

De akkerdistel is van alle distelsoorten de ergste boosdoener. Dit fenomeen is geliefd bij de groene beweging en daarom gaandeweg een vaste factor geworden bij “natuur-ontwikkeling”. Toch zijn beheerders van natuurgebieden verplicht om te voorkomen dat de zaadpluis overwaait. Dat vergt een strak onderhoudsbeleid, van begin mei tot in oktober.

Wij citeren een door onze fractie ontvangen klacht vanuit de Dorpsraad Zoutelande: “Naast het feit dat men niets doet tegen de distels, schiet het onderhoud op alle punten tekort. Aangelegde ruiter- en wandelpaden worden niet onderhouden. Gevolg is dat de ruiterpaden niet meer gebruikt (kunnen) worden en men op de wandelpaden nog slechts achter elkaar kan lopen in plaats van naast elkaar. Deze met veel gemeenschapsgeld aangelegde natuur zal over enkele jaren volstrekt onbegaanbaar zijn. Dit kan en mag niet de bedoeling zijn.”

Beheersinstantie Staatsbosbeheer reageert met de opmerking, dat er geen financiële middelen zijn om onderhoud te kunnen plegen.

  

Vragen.

 

  1. Is Uw College ervan op de hoogte dat de jaarlijkse distelplaag ondanks nieuwe regelgeving alleen maar erger wordt?
  2. Is uw College ervan op de hoogte dat de schade, vooral voor akkerbouwers, maar ook voor recreatieondernemers, zeer aanzienlijk is?
  3. Is uw College ervan op de hoogte dat natuurbeheerders, zoals Staatsbosbeheer, de distels laten voortwoekeren door gebrek aan geld voor noodzakelijk onderhoud?
  4. Kan uw College onze fractie duidelijk maken waarom de situatie alleen maar verergert en het aan handhaving volstrekt ontbreekt?
  5. Is uw College het met onze fractie eens dat de jaarlijks terugkerende distel-epidemie ook slecht is voor het vakantie-imago van de provincie?

 

 

In afwachting van Uw spoedige beantwoording, verblijven wij,

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),

Johan Robesin te Hoek, voorzitter

 

 

 

 

 
art. 44 vragen aan GS t.a.v. Vossenoverlast
Vragen aan GS
donderdag, 22 juli 2010 08:36

Aan

het College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDELBURG

 

 

 

 

Hoek, 22 juli 2010

 

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ), over vossenoverlast.

 

Geacht College,

 

Toelichting

 

De afgelopen jaren veroorzaken vossen in toenemende mate overlast. Aantoonbaar worden met de regelmaat van de klok dieren binnen diergaardes en particuliere hobbydieren uitge-moord door deze genadeloze roofdieren.

 

Dit alles is met name te wijten aan de nieuwe Flora- en faunawet die op 1 april 2002 werd ingevoerd. Overijverige dierenbeschermers dachten er goed aan te doen de kraai, kauw, ekster en de vos een beschermde status te verlenen en de natuur op z’n beloop te laten; aldus geschiedde. Het pakte echter anders uit dan verwacht. Kraaien pikten in de provincie Drenthe 40 lammeren de ogen uit, de weidevogelstand nam zienderogen af en de jagers stonden machteloos.

 

Na verloop van tijd drong het ook tot de natuurbeschermers door dat het zo niet langer kon en werd de Flora- en faunawet aangepast; de zwarte kraai en de kauw werden per 1 april 2004 wederom bejaagbaar gesteld. Weer jaren later, na diverse onderzoeken en evaluaties, werd uiteindelijk ook de vos (per 1 april 2006) weer op de landelijke vrijstellingslijst gezet. De ekster ontspringt tot op heden nog steeds de dans. Deze “guitige” zwart-wit gevederde vogel geniet om onbegrijpelijke redenen nog steeds een beschermde status, terwijl deze soort in aantal (net als de andere genoemde soorten) buitenproportioneel is toegenomen en zich dagelijks tegoed doet aan (jonge) zangvogels en met plezier een hele rij zwaluwnesten leegrooft vanonder de dakgoot.

 

Samengevat kan onze fractie constateren, dat het evenwicht in de natuur, dat tot 2002 bestond, ruw werd verstoord door de invoering van de toenmalige nieuwe Flora- en faunawet. Gedurende de periode dat genoemde roofdieren een beschermde status genoten en in het geval van de ekster nog steeds genieten, heeft voortplanting er voor gezorgd dat het voor de jagers nu een soort van dweilen met de kraan open is geworden.  

 

De zo ontstane achterstand kan niet één twee drie worden ingelopen zonder alle mogelijke middelen uit de kast te mogen trekken.

 

Gelet op het feit dat vossen voornamelijk ’s nachts actief zijn, kunnen deze rovers overdag niet effectief worden bestreden. Diverse provincies hebben derhalve, op plaatsen waar overlast door vossen aantoonbaar werd vastgesteld, het jagen met kunstlicht toegestaan.

 

Vragen.

 

  1. Is uw College bekend met deze problematiek?
  2. Zo ja, onderkent uw college dan met de Statenfractie Partij voor Zeeland, dat vossen een probleem vormen en deze predatoren, in het algemeen belang, zo effectief mogelijk dienen te worden bestreden?
  3. Is uw College dan ook bereid dit doel  na te streven en ontheffing te verlenen op grond van art. 68 van de Flora- en faunawet, zodat ook in de provincie Zeeland, op die plaatsen waar overlast wordt geconstateerd, het jagen met kunstlicht (op aanvraag) mogelijk is?

 

In afwachting van uw beantwoording, verblijven wij,

 

 

Hoogachtend,

 

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),

Johan Robesin te Hoek, voorzitter

 

PARTIJ VOOR ZEELAND

Kreeksingel 43, 4542 BN HOEK

 
art. 44 vragen aan GS over verzilting Volkerak-Zoommmeer
Vragen aan GS
dinsdag, 20 juli 2010 11:05

Aan

het College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDELBURG

 

 

 

 

Hoek, 20 juli 2010

 

 

Geacht College,

 

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ) over verzilting Volkerak-Zoommeer.

 

Toelichting

 

Volgens Gedeputeerde Frans Hamelink, lid van de Stuurgroep Zuidwestelijke Delta, zijn de plannen om het gebied “veilig, veerkrachtig en vitaal” te maken, positief ontvangen

(PZC 19.7.2010). Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is het weer zout maken van het Volkerak-Zoommeer vanwege overlast door blauwalg. Met uitzondering van de Partij voor Zeeland schaart Provinciale Staten zich achter deze ingrijpende maatregel, die honderden miljoenen euro’s gaat kosten, zonder enig uitzicht op een positief effect.

 

Een investering die, naar onze mening, in het licht van de economische crisis en de drastische bezuinigingsmaatregelen die Rijk, Provincies en Gemeenten moeten doorvoeren, volstrekt onverantwoord is. Onverantwoord ook omdat grote vraagtekens gezet moeten worden achter een continue zoetwater toevoer ten behoeve van land- en tuinbouw, kassenteelt en procesindustrie naar Tholen, Sint Philipsland, Zuid-Beveland en een aanzienlijk deel van Zuid-Holland. Het belang daarvan wordt door de plannenmakers afgedaan als “dat komt zeker goed”. Waar het benodigde geld vandaan moet worden gehaald, lijkt hen niet te boeien, evenmin als de mogelijk zeer nadelige effecten.

 

In de PZC van afgelopen maandag 19 juli lazen wij, dat verzilting van het Volkerak-Zoommeer wel eens overbodig zou kunnen zijn, nu blijkt dat de overlast door blauwalg de laatste twee jaar is afgenomen. Het doorzetten van de verziltingsplannen zou dus erg voorbarig en onverstandig zijn.

 

Tegen het eind van 2010 wordt een overeenkomst gesloten tussen Rijk en Provincies over de volgorde waarin de uitvoering van de plannen ter hand wordt genomen. Onze fractie pleit ervoor om het verminderde blauwalgprobleem dan op de agenda te zetten en nog eens scherp te kijken naar dit onderdeel. Wellicht is sprake van voortschrijdend inzicht.

 

 

 

 

 

Vragen

 

  1. Is uw College bekend dat overlast door blauwalg in het Volkerak-Zoommeer de laatste twee jaar verminderd is?
  2. Ziet uw College in deze gunstige ontwikkeling een mogelijkheid om de uiterst kostbare en wellicht rampzalige verziltingsoperatie van de Zeeuwse randmeren te voorkomen?
  3. Is uw College bereid bij het Rijk aan te kaarten dat het verminderde blauwalg-probleem extra aandacht krijgt bij de besprekingen met het Rijk komend het najaar, als  bekeken wordt in welke volgorde het uitvoeringsprogramma zou moeten worden uitgevoerd?

 

Wij verzoeken uw College om in de eerstvolgende Commissievergadering REW een mondelinge reactie te willen geven op bovenstaande.

 

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),

Johan Robesin te Hoek, voorzitter

 

 
art 44 vragen: “kinderfeestje met een bijsmaak” rond het “Plan Perkpolder”
Vragen aan GS
maandag, 12 juli 2010 13:07

Aan het College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDELBURG

 

Hoek , 11 juli 2010

 

Geacht College,

 

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ) over “kinderfeestje met een bijsmaak” rond het “Plan Perkpolder”.

 

Toelichting

Fractievoorzitter Leen Harpe van GroenLinks stond in de Statenvergadering van afgelo-pen vrijdag, toen het ging over onvrijwillige grondverwerving in “Plan Perkpolder”, met een uitgestreken gezicht te beweren, dat het project al vanaf het begin op groot enthousiasme heeft mogen rekenen en nog steeds zeer positief wordt benaderd. Ook op de eerste informatiebijeenkomsten was volgens hem vrijwel niemand negatief. De heer Harpe zat er volkomen naast. Al meteen stuitten de bedoelingen met het voormalige veerplein en omliggende landerijen op fors verzet. Ik ben daar zelf getuige van geweest en heb dat eerder al in de Statenzaal opgemerkt. Maar wellicht dat de kritiek van poli-ticus en burger per ongeluk niet in de notulen is weergegeven of uit geheugens is gewist.

Kritiek mocht kennelijk ook niet memorabel gemaakt worden, toen vorige week donder-dag een paar honderd kinderen van twee basisscholen in Kloosterzande op en rond de voormalige veerhaven zich tegoed konden doen aan een “educatieve tractatie” van “Perkpolder Beheer”. Van de jeugdige gasten en hun begeleiders werd als vanzelfspre-kend verwacht, dat zij “Plan Perkpolder” met de grootst mogelijke sympathie in de armen sloten en dat ook lieten blijken.

Daar heeft de Statenfractie Partij voor Zeeland grote moeite mee. Enkele vragen maken wellicht duidelijk waarom dit bij onze fractie slecht gevallen is.

 

Vragen

  1. Is het uw College, als regisseur van “Plan Perkpolder”, bekend dat kinderen tevoren werd opgedragen een T-shirt van Perkpolder te dragen en als zij daar geen trek in hadden, van deelname zouden worden uitgesloten?
  2. Is het uw College bekend dat enkele kinderen een T-shirt droegen van het actiecomité “Redt onze Polders” en dat dit onder protest werd toegestaan, omdat  één van de begeleidende ouders ook zo’n shirt droeg?
  3. Is het uw College bekend dat stickers met de tekst “Ontpolderen Nee””, die werden uitgedeeld door mensen met de nodige kritiek op de Perkpolderplannen, onmiddellijk in de prullenmand moesten verdwijnen?
  4. Is het College het met onze fractie eens, dat een wellicht goed bedoeld kinder-feestje op deze manier een bedenkelijke bijsmaak heeft achtergelaten?

 

In afwachting van uw antwoorden, verblijven wij, Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland, Johan Robesin, voorzitter.

 

Kreeksingel 43, 4542 BN HOEK

 

 

 

 
Vragen aan GS over het plaatsen van nieuwe extra hoge windmolens
Vragen aan GS
maandag, 28 juni 2010 09:57

Hoek, 27 juni 2010

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ) over het voornemen van het Ministerie van VROM om 80 tot 125 nieuwe, extra hoge windmolens in Zeeland te plaatsen.

 

Lees hier de toelichting en de vragen
 
Partij voor Zeeland stelt vragen aan GS over ZMF subsidie
Vragen aan GS
dinsdag, 22 juni 2010 09:32

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ), naar aanleiding van de subsidieverhoging Zeeuwse Milieufederatie ZMf, in plaats van een fundamentele subsidieverlaging, zoals door Provinciale Staten middels een motie was verzocht.

Lees hier de toelichting en de vragen
 
Art 44 vragen ten aanzien van de aanwezigheid van Gedeputeerde Marten Wiersma (Groen Links) bij demonstratie tegen bouw tweede kercentrale in Vlissingen Oost
Vragen aan GS
zaterdag, 05 juni 2010 20:48

Geacht College,

 

 

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ) over de rol van Gedeputeerde Marten Wiersma (GroenLinks) bij demonstratie tegen de bouw van een tweede kerncentrale in Vlissingen-Oost.

 

Toelichting

 

Afgelopen vrijdag hebben tegenstanders van een (mogelijke) realisatie van een tweede kerncentrale in Vlissingen-Oost gedemonstreerd bij de ingang van het Provinciehuis. Ik heb - zij het op enige afstand - kennis genomen van de actie. Dat fractievoorzitter Leen Harpe van GroenLinks temidden van het gescandeer “Borssele twee, nee nee nee” het woord voerde, kon mij niet erg verrassen. Wel was ik verbaasd, dat GroenLinks Gedeputeerde Marten Wiersma (energie en klimaatbeleid) daar acteerde en zijn sympathie voor de demonstranten geenszins verhulde.

 

Onze fractie vindt dat niet kunnen. De heer Wiersma maakt als provinciebestuurder deel uit van een collegiaal GS-college, dat productie-uitbreiding van kernenergie in Zeeland

voor staat en daarmee aangeeft vóór kernenergie te zijn. Dat collegiale standpunt kan naar ons oordeel door de aanwezigheid (en vooral de manier waarop) van Gedeputeerde Wiersma bij een demonstratie als afgelopen vrijdag op het Abdijplein, in twijfel worden getrokken, toch zeker de suggestie oproepen dat de heer Wiersma anders denkt dan zijn collega-Gedeputeerden en daarmee niet collegiaal is.

 

Vragen

 

  1. Is de Gedeputeerde Marten Wiersma van GroenLinks, net als zijn partijgenoten,   tegenstander van meer nucleaire productie in Zeeland, mogelijk in de vorm van de reactor van Petten en een tweede kerncentrale?
  2. Zo ja, hoe kan hij dan nog het standpunt van een collegiaal GS-college (blijven) delen en uitdragen, dat er in Zeeland meer atoomproductie moet komen en Vlissingen-Oost een excellente locatie is voor de vorming van een nucleaire cluster, met in de nabijheid hoogwaardige opleidingsmogelijkheden?

 

Op die vragen vernemen wij graag het antwoord van uw college.

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ), Johan Robesin, voorzitter

 
Art. 44 vragen over 'Boete wegens te weinig afvalaanbod'
Vragen aan GS
dinsdag, 25 mei 2010 21:52

Fractievoorzitter Johan Robesin stelt vragen aan Gedeputeerde Staten aangaande de boetes die de 13 gemeenten moeten betalen omdat ze minder fval aanbieden dan is afgesproken.  “Het achterblijven van de afvalstroom wil echter niet zeggen dat bedrijven en huishoudens in 2009 ook daadwerkelijk minder afval hebben geproduceerd”, aldus Deltawoordvoerder P. Couwenberg. " Voor de vragen die naar aanleiding hiervan zijn gesteld, klikt u op'' lees meer'.

Lees meer...
 
Art 44 vragen over toeristische pendelbus Walcheren
Vragen aan GS
vrijdag, 07 mei 2010 09:55

Hoek, 6 mei 2010

Geacht College,
Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin van de Partij voor Zeeland (PvZ) over toeristische pendelbusverbinding op Walcheren.

Lees meer...
 
Samenwerking Partij voor Zeeland en Lokale Partij Vlissingen aangaande pendelbusverbinding op Walcheren
Vragen aan GS
donderdag, 06 mei 2010 20:15

De Lokale Partij Vlissingen (LPV) heeft bij haar gemeentebestuur vragen ingediend aangaande een pendelbusverbinding zodat stad en stranden beter/sneller en voordeliger bereikbaar worden. Tegelijkertijd heeft de Partij voor Zeeland aan Gedeputeerde Saten soortgelijke vragen gesteld met als doel het toeristisch product op Walcheren te optimaliseren.

Lees meer...
 
«StartVorige123VolgendeEinde»

Pagina 1 van 3