Partij voor Zeeland < Vragen aan GS 2008 < 19 november: art 44 vragen aan GS over Samenwerking DLG en de Provincie

De antwoorden van GS op vragen van Statenleden vindt je hier.

We werken aan een systeem om de antwoorden op vragen van de PvZ beter toegankelijk te maken.

19 november: art 44 vragen aan GS over Samenwerking DLG en de Provincie PDF Afdrukken E-mailadres
Vragen aan GS
donderdag 20 november 2008 02:00
Hoek , 19 november 2008

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het
Statenlid Johan Robesin over de samenwerking tussen de Dienst Landelijk
Gebied(DLG) en de Provincie Zeeland.


Toelichting

Andries Bouma, regiodirecteur Zuid, Dienst Landelijk gebied, maakt in het
jubileumnummer van DLG-Nieuws gewag van een "goede relatie met de Provincie". Een
intensieve samenwerking, ook met vele andere overheidsinstanties en belangengroeperingen,
zou zich volgens de heer Bouma richten op "het nog beter inrichten en
mooier maken van Zeeland". De regionale medewerkers van grondzaken zijn regelmatig
in de Zeeuwse klei te vinden, bezig met hun "inspirerende manier van werken", zoals
Andries Bouma dat in DLG-Nieuws omschrijft.
Niettemin krijgt onze fractie regelmatig signalen van ondernemers in de landbouwsector,
dat de ijver van DLG-medewerkers om gronden aan te werven voor natuurdoeleinden
soms als "opdringerig, drammerig en onprettig" wordt ervaren, met (te) weinig begrip
voor het belang en de zienswijze aan agrarische kant en teveel nadruk op de eigen
visies m.b.t. natuurontwikkeling.

 

Vragen

  1. Ervaart uw College de samenwerking met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) over
    het geheel genomen als positief of zijn er ook negatieve bevindingen?
  2. Hebt u de indruk, dat de DLG en de Provincie samen het belang van ondernemers
    in het agrarisch gebied op de juiste wijze in overeenstemming brengen met het
    het streven om Zeeland "nog beter in te richten en mooier te maken"?
  3. Heeft u College ja/nee de indruk dat de "inspirerende manier van werken" van de
    Dienst Landelijk Gebied proporties wel eens overstijgt?
  4. Is uw College op de hoogte van frustraties/klachten bij grondeigenaren, die door
    DLG-medewerkers benaderd zijn/worden?
  5. Zo ja, spreekt het College de Dienst Landelijk Gebied (DLG) dan aan op de
    waargenomen klachten en frustraties?
In afwachting van uw antwoord,
Hoogachtend,
Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),
Johan Robesin te Hoek, voorzitter