Partij voor Zeeland < Vragen aan GS 2008 < 12 oktober: Art 44 vragen over risicovolle financiële participaties van de Provincie

De antwoorden van GS op vragen van Statenleden vindt je hier.

We werken aan een systeem om de antwoorden op vragen van de PvZ beter toegankelijk te maken.

12 oktober: Art 44 vragen over risicovolle financiële participaties van de Provincie PDF Afdrukken E-mailadres
Vragen aan GS
maandag 13 oktober 2008 09:19

Geacht College,

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin m.b.t risicovolle financiële participaties en projecten van de Provincie in het licht van wereldwijde monetaire crisis.

Toelichting

De wereldwijde economische (banken)crisis is voor de Statenfractie Partij voor Zeeland

(PvZ) reden om met bezorgdheid naar de huishoudportemonnee van de Provincie om te zien. Recent nog werden o.a. door het CPB de economische verwachtingscijfers voor Nederland naar beneden bijgesteld. Extra reden voor terughoudendheid en attentie.

 

Wij kunnen ons moeilijk voorstellen dat de financiële risico's beperkt zullen blijven tot de vijf miljoen aan beleggingen bij de gefailleerde Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers en de geringe kans dat er van dit kapitaal nog iets veilig gesteld kan worden.

De Provincie is/wordt bij een serie projecten betrokken, waarvan de financiële consequenties buitengewoon groot zijn als er nog meer en nog zwaardere klappen gaan vallen, zowel in de directe als indirecte sfeer.

Onze fractie denkt daarbij o.a. aan de geplande overname aandelen Westerscheldetunnel en participaties in projecten als "Waterdunen" en "Perkpolder".

 

Vragen

  1. Hoe schat Uw College het effect in van de huidige financieel-economische crisis met betrekking tot bovengenoemde en mogelijk nog andere projecten en zijn die risico's naar de mening van Uw College voldoende afgedekt?

  2. Stel dat in het project "Waterdunen" ondernemer Molecaten tijdens de aanlegfase failliet zou gaan, of door andere omstandigheden (crisis banksector) niet langer aan zijn verplichtingen zou kunnen voldoen, wie garandeert ons dan dat het project wordt voltooid en wie draait er dan op voor de financiële gevolgen?

  3. Is het ethisch, moreel en zakelijk verantwoord om ten tijde van een zeer ernstige monetaire crisis over te gaan tot onteigening (inpassingsplan "Waterdunen")?

  4. Ook ten aanzien van het plan "Perkpolder"geldt dat de Provincie op het punt staat een aanzienlijk financieel risico naar zich toe te trekken. Is dat onder de gegeven omstandigheden wel verantwoord?

  5. Zijn er bij Uw College inmiddels feiten bekend, waaruit blijkt dat er (lopende) bouwprojecten in onze provincie zijn/worden stilgelegd als gevolg van de zorgelijke "marktomstandigheden"?

  6. Kan Uw College onze fractie exact informeren omtrent het actuele risiconiveau van de Provinciale belleggingsportefeuille?

 

 

Wij zien uw reactie graag spoedig tegemoet,

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),

Johan Robesin te Hoek, voorzitter