|
Aan het College van Gedeputeerde Staten
Hoek, 20 februari 2012
Geacht College,
Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ), over de financiële positie van Movenience BV, dochter van de NV Westerscheldetunnel.
Toelichting
In de vergadering van de Commissie Bestuur, Financiën en Welzijn op vrijdag 17 februari j.l. gaf de behandeling van het beleidsdocument Koers 2012 NV Westerscheldetunnel voor de Partij voor Zeeland aanleiding om vragen te stellen over de financiële positie van WST-dochter Movenience B.V., belast met de tolinning.
Onze woordvoerder mevr. E.Mekkaoui-de Neef werd tot onze verwondering slechts toe-gestaan een enkele “politieke” vraag te stellen. De technische vragen naar aanleiding van een vergelijkende bestudering (daarin bijgestaan door een financieel expert) van de jaarstukken 2010, 2009 en 2008, moest zij maar schriftelijk indienen. Daardoor werd er niet gediscussieerd over de financiële positie van de tolgaarder, alsof die geen onderdeel is van het totale WST- exploitatieplaatje. Met de aantekening, dat onze fractie grote moeite heeft met deze gang van zaken, dienen wij de vragen, die wij in alle openbaar-heid en conform onze volksvertegenwoordigende rol, afgelopen vrijdag hadden willen stellen, bij deze alsnog in. Onze fractie vindt het namelijk ongewenst dat er in de financiële exploitatie van de Westerscheldetunnel middelen verloren zouden gaan, die ten goede kunnen komen aan de gebruiker (bijv. verlaging tarieven).
Vragen
1. Op welke gronden zijn de immateriële activa in 2 jaar tijd vervijfvoudigd?
2. Mag gesteld worden, dat een stijging van de vaste activa op immateriële grondslag minder solide is en indien wel solide, waarom dan wel?
3. Kan uw College omschrijven waaruit de financieel vaste activa bestaan en indien deze mogelijk bestaan uit deelneming in andere bedrijven, kan uw College dan aangeven in welke?
4. Kan uw College aangeven waarom er in 2008 onder “passiva” een verlies wordt vermeld en in 2009 en 2010 niet, maar parallel daaraan de negatieve “overige reserves” meer dan verviervoudigd zijn?
5. Kan uw College aangeven wat de oorzaak is van de vertienvoudiging van de kortlopende schulden van 406.000 euro naar bijna 5,8 miljoen euro?
6. Kan gesteld worden dat de liquiditeitsratio ongunstig genoemd mag worden?
7. Mag gesteld worden, dat Movenience meer kost/gekost heeft dan het bedrijf opbrengt en het bedrijf financieel-structureel geen toegevoegde waarde vertegenwoordigt?
8. Was het niet zo, dat de aankoop van de Westerscheldetunnel door de Provincie destijds verdedigd werd met het argument dat “commerciële exploitatie door derden” voorkomen moest worden?
Wij zien uw beantwoording graag z.s.m. tegemoet.
Hoogachtend,
Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),
Johan Robesin, voorzitter
|