|
Aan het College van Gedeputeerde Staten
Oostburg , 16 februari 2012
Geacht College,
Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, Partij voor Zeeland (PvZ), m.b.t. project 'Waterdunen' n.a.v. uitspraak Raad van State d.d. 15-02-2012.
Toelichting
De kosten voor het project 'Waterdunen' lopen steeds verder op; dat bleek ook weer toen bekend werd gemaakt dat de inlaatduiker miljoenen duurder uitvalt dan geraamd, plotseling voor miljoenen opruim- en sloopkosten worden opgevoerd, de afkoopsom voor het beheer en onderhoud door Het Waterschap ineens tonnen duurder uitvalt, de toenemende kosten voor munitieruiming en daarenboven ook nog eens de sterk oplopende grondprijs enz..
Vragen
In de uitspraak van de Raad van State lezen wij: ,,Verder acht de Afdeling in dit geval van betekenis dat provinciale staten ter zitting het standpunt hebben ingenomen dat indien er desondanks tekorten mochten optreden bij de aanleg van de voorzieningen van algemeen nut, de provincie deze voor haar rekening zal nemen".
- Ligt er aan deze toezegging een besluit van Provinciale Staten ten grondslag?
- Met welk bedrag aan mogelijke 'financiële tegenvallers' in het algemeen en voor rekening van onze provincie Zeeland in het bijzonder, wordt er (in de 'risicoparagraaf' van het project 'Waterdunen') rekening gehouden en kan onze provincie Zeeland zich dat permitteren?
- Kan uw College uitleggen waarom er meer dan 7 miljoen euro wordt opgevoerd als bate van te verkopen ruilgronden?
In afwachting van uw reactie verblijven wij,
Hoogachtend,
Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),
François Babijn (Statenlid)
|