Partij voor Zeeland < PvZ Nieuws 2011 < art. 44 vragen over onderzoek naar snel schakelbare aardgascentrale in Vlissingen-Oost
art. 44 vragen over onderzoek naar snel schakelbare aardgascentrale in Vlissingen-Oost PDF Afdrukken E-mailadres
Nieuws 2011
dinsdag 03 januari 2012 17:29

College van Gedeputeerde Staten 

Hoek, 3 januari 2012

Geacht College,

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin, Partij voor Zeeland (PvZ) over onderzoek naar snel schakelbare aardgascentrale in Vlissingen-Oost.

 Toelichting

Bij Shell Nederland is men ervan overtuigd dat aardgas veruit superieur is aan steenkool, door de mix van veel lagere CO2-uitstoot, lagere investeringskosten en een snellere bouwtijd (Elsevier 31.12.2011). Aardgas is de schoonste fossiele brandstof. Bovendien zouden aardgas-centrales een grotere flexibiliteit hebben in het op- en afregelen om in combinatie met snel fluctuerende zonne- en windenergie samen te werken. De voorraden  zijn zo groot, dat er nog voor tenminste 250 jaar gas in de bodem zit.

De Raad van Commissarissen van Delta heeft duidelijk aangegeven, dat het Zeeuwse energie-bedrijf zich niet terugtrekt uit de KCB2-voornemens, maar volgens een hernieuwde aanpak en zonder leidende rol verder gaat met het voorbereiden van een vergunningaanvraag en de zoektocht naar één of meerdere kapitaalkrachtige partners. Of het ooit nog gaat lukken om in Vlissingen-Oost een tweede kerncentrale te realiseren is zeer de vraag. Intussen staat nagenoeg vast dat de kolen- en biomassacentrale van EPZ in 2015 dicht gaat vanwege de belasting van CO2-uitstoot en het stopzetten van subsidies op het bijstoken van biomassa. Wellicht is het daarom verstandig dat Delta niet uitsluitend haar energie, tijd en geld steekt in het KCB2-traject, maar onder de gegeven omstandigheden ook stevig nadenkt over de moge-lijkheid van een snel schakelbare aardgascentrale in het Sloegebied.

 Vragen

  1. Is uw College het met onze fractie eens dat Delta strategisch gezien haar energie, tijd en geld niet uitsluitend moet steken in voorzetting van de vergunningprocedure voor een tweede kernenergiecentrale in Vlissingen-Oost en het zoeken naar één of meerdere kapitaalkrachtige partners, zonder daarbij voor een leidende positie te kiezen?
  2. Deelt uw College de opvatting van Shell Nederland dat aardgascentrales een belangrijke, haalbare en betaalbare rol kunnen spelen in de transitie naar duurzame energieopwekking?
  3. Als dat zo is, heeft uw College dan de bereidheid in actie te komen en Delta te stimuleren het aardgasconcept voor Zeeland (een centrale in Vlissingen-Oost) serieus tegen het licht te houden?

Een reactie op bovenstaande zien wij graag zo spoedig mogelijk tegemoet.

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ), Johan Robesin, voorzitter