Partij voor Zeeland < De PvZ in de Staten < Art 44 vragen en antwoorden GS over Veerboten Westerschelde
Art 44 vragen en antwoorden GS over Veerboten Westerschelde
De PvZ in de Staten
zaterdag 05 januari 2008 17:18

Aan

het College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDELBURG

 

Hoek , 4 januari 2007

Geacht College,

 

Betreft: geen “vrije veren” maar wel veren!

 

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin met betrekking tot de actuele situatie veerdienst Vlissingen-Breskens v.v.

Toelichting

De Provincie heeft als eigenaar van de beide veerboten op de Westerschelde de plicht om op de eerste plaats haar Zeeuwse klanten op hun wenken te bedienen, als er met die boten iets mis dreigt te gaan, mis gaat of mis blijft gaan. Daar kan niemand andere chocola van maken. De Provincie is verantwoordelijk! Het blijkt nu dat de beschadigde Maxima pas aanstaande dinsdag in het dok kan voor reparatie. Naar het zich laat aanzien komt de Willem Alexander op 20 januari, na een groot onderhoud, terug in de vaart. Op die dag ook staat de Maxima ingepland voor zo’n beurt. De Maxima zal dus aanzienlijk langer uit de vaart blijven dan oorspronkelijk was voorzien. Geen enkel particulier bedrijf zou z’n klanten dergelijke ellende (kunnen) aandoen. Het zou dan snel afgelopen zijn. Hier moet iedereen maar lijdzaam toezien hoe er wordt doorgemodderd. Reizigers met de bus “overzetten” is in een enkel noodgeval te accepteren, maar niet over een langere periode van uitval, zoals nu het geval is. Het gaat weliswaar niet meer om “vrije veren”, maar wel om een betrouwbare aanwezigheid van veren.

 

Vragen

  1. Bij navraag is ons gebleken dat de Maxima ook op een andere manier gerepareerd had kunnen worden, zelfs zonder dok. Heeft uw college die mogelijkheid ook onderzocht?

    Antwoord GS
    De verantwoordelijkheid voor de reparatie ligt bij Veolia. Deze heeft alternatieven voor een vast droogdok onderzocht, maar afgewezen vanwege de, naar het oordeel van Veolia, provincie en de reparatiewerf tehoge risico's.

  2. Bent u het met onze fractie eens dat in het particuliere bedrijfsleven dit soort volstrekt toestanden onacceptabel zijn en de verantwoordelijken onmiddellijk de laan uitgestuurd zouden worden?

    Antwoord GS
    Deze conclusie laten wij voor uw rekening.

  3. Zo ja, waarom gedraagt de Provincie zich dan op andere wijze?

    Antwoord GS
    Zie antwoord vraag 2.

  4. Kan uw college garanderen, dat de Willem Alexander op 20 januari inderdaad het onderhoudsdok verlaat en vervolgens storingvrij blijft functioneren?

    Antwoord GS
    Nee, de planning van de dokwerkzaamheden en daaropvolgende beproevingen is erop gericht om op 1 februari of zoveel eerder als mogelijk weer in de vaart te kunnen.
  5. Wat gaat uw college ondernemen als dat niet het geval is?

    Antwoord GS
    Wij houden vast aan de planning, zoals door Veolia met ons besproken. De herkomst van de door u genoemde datum 20 januari is ons niet bekend.


  6. Ook als er (na 20 januari) één boot in de vaart is, accepteert uw college de situatie dan als zijnde normaal?

    Antwoord GS
    Nee en daarvoor verwijzen wij u naar de inmiddels in de commissie E&M op 21 januari besproken voorgenomen maatregelen.

 

Wij vernemen uw antwoord graag ten spoedigste,

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ), Johan Robesin te Hoek, voorzitter