Partij voor Zeeland < De PvZ in de Staten < Art 44 vragen en antwoorden GS over weigering compensatie verplaatsing KNRM en strandpaviljoens
Art 44 vragen en antwoorden GS over weigering compensatie verplaatsing KNRM en strandpaviljoens
De PvZ in de Staten
dinsdag 15 januari 2008 02:30
het College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDDELBURG

Hoek, 13 januari 2008

 

Geacht College,

 

Onderwerp

Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid voor de Partij voor Zeeland (PvZ), Johan Robesin, m.b.t. weigering van compensatie door het Rijk, voor gedwongen verplaatsing Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (K.N.R.M.) en getroffen strandpaviljoens, na aanpak ‘Zwakke Schakels' ter hoogte van Cadzand-Bad.

Toelichting

Tijdens een openbare voorlichtingsbijeenkomst over het project ‘Zwakke Schakels' te Nieuwvliet-Bad op 10 januari j.l., kwam duidelijk naar voren dat door buitendijkse maatregelen in de vorm van een zeewaartse verbreding van duin en strand, ter hoogte van Cadzand-Bad, drie strandpaviljoens en de vestiging van de K.N.R.M. zullen moeten verdwijnen dan wel verplaatst dienen te worden.

In antwoord op vragen vanuit het publiek werd gesteld, dat het Rijk vooralsnog niet bereid is getroffenen financieel te compenseren.

Navraag heeft ons geleerd dat strandpaviljoens voor eigen risico worden geëxploiteerd en derhalve niet voor compensatie in aanmerking komen.

 

Het onderhouden van een goed georganiseerd reddingwezen is een internationale verplichting voor kuststaten.

De K.N.R.M. is een essentiële schakel binnen de internationale hulpverlening in een gebied dat doorkruist wordt door één van de drukst bevaren scheepvaartroutes ter wereld. Daarbij willen wij opmerken dat éénieder, waaronder onze eigen inwoners en de talrijke toeristen die onze Provincie jaarlijks bezoeken, naar onze mening in geval van nood moeten kunnen rekenen op een veilig "vangnet", waar met name de K.N.R.M. deel van uit maakt (zie bijlage).

 

De exploitanten van de betreffende strandpaviljoens verdienen naar onze mening een betere behandeling dan waar zij krachtens de wet recht op hebben.

Deze sector heeft immers jaar in en jaar uit bijgedragen aan de kwaliteit en charme van ons toeristisch product en staat mede borg voor het gevoel welkom te zijn in Zeeland.

Vragen

 

  1. Is Uw College met onze fractie van oordeel dat het van levensbelang is dat de continuïteit van de inzetbaarheid van de K.N.R.M. ter hoogte van Cadzand ook in de toekomst moet kunnen worden gegarandeerd, in het belang van de veiligheid?

    Antwoord GS
    Ja

  2. Is Uw College bereid zo spoedig mogelijk de discussie aan te gaan met het Rijk, teneinde een in onze ogen logische compensatie voor de K.N.R.M. te bewerkstelligen?

    Antwoord GS
    Nee, een dergelijk overleg met het Rijk is onnodig. Het krantenbericht over het niet compenseren van de verplaatsingskosten van het gebouw van de K.N.R.M. is onjuist. Verplaatsing van dit gebouw komt wel voor compensatie door het rijk in aanmerking.


  3. Ziet Uw College eventueel nog andere mogelijkheden, indien het Rijk volhardt in haar weigering om deze getroffen reddingsdienst te compenseren?

    Antwoord GS
    Is gelet op het antwoord op vraag 2 niet aan de orde.

  4. Zo niet, is Uw College dan bereid, in het algemeen belang van de veiligheid van een belangrijk toeristisch kust- en scheepvaartgebied, provinciale middelen aan te wenden om het voortbestaan en met name de inzetbaarheid van de K.N.R.M. ter hoogte van Cadzand-Bad en omstreken te kunnen garanderen?

    Antwoord GS
    Is gelet op het antwoord op vraag 2 niet aan de orde.

  5. Is Uw College bereid de nodige stappen te ondernemen om er voor te zorgen dat ruim vóór aanvang van de aanpak van ‘Zwakke Schakels' ter hoogte van Candzand-Bad, een nieuwe locatie beschikbaar komt, om in combinatie met een financiële compensatie de continuïteit van een volwaardige inzetbaarheid van de K.N.R.M. ter plaatse te kunnen blijven waarborgen?

    Antwoord GS
    Ja, wij zullen dit punt inbrengen in het lo-pende gezamenlijke overleg inzake de Zwakke Schakel West Zeeuwsch-Vlaanderen. Overigens gaan wij ervan uit, dat het waterschap Zeeuws-Vlaanderen, dat voor de uitvoering van de versterkingswerken verantwoordelijk is, op dit punt geen aansporing vanuit de provincie nodig heeft

  6. Is Uw College bereid om voor wat betreft de getroffen strandpaviljoens te onderzoeken of er een toch een compensatie mogelijk is?

    Antwoord GS
    Hoewel wij het belang van kwalitatief hoogwaardige strandpaviljoens voor het toeristisch-recreatief product uiteraard van harte onderschrijven, achten wij nader onderzoek naar compensatie-mogelijkheden niet zinvol, gelet op de dui-delijke bepaling hieromtrent in de onthef-fingen van het waterschap, op basis waar-van de strandpaviljoens in de waterkering-zone mogen staan. Deze bepaling luidt, dat het Dagelijks Bestuur bevoegd is tot intrek-king van de ontheffing, wanneer het belang van het waterschap dat vereist. De onder-nemers mogen worden geacht van deze bepaling op de hoogte te zijn. Zij kunnen daarvoor voorzieningen treffen.
    Wij willen er tevens op wijzen, dat recent ook op Walcheren een strandpaviljoen voor rekening van de ondernemer is verplaatst.

 

In afwachting van Uw reactie, verblijven wij,

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),

Johan Robesin te Hoek, voorzitter