Partij voor Zeeland < Archiefoverzicht
Van stinkend maanlandschap tot Hedwigedok PDF Afdrukken E-mailadres
Column 2008
dinsdag 30 december 2008 10:28

door Johan Robesin


Directeur Marten Hemminga van de stichting “Het Zeeuwse Landschap” (PzC en BndeStem dd. 29 december) noemt afplaggen (cyclische schorverjonging) van het Verdronken Land van Saeftinghe “een perspectiefloze weg en geen oplossing voor het natuurherstel Westerschelde.” Hij kiest voor natuurlijke processen en niet voor grootschalig ingrijpen. “Afgraven van het gebied is de ene natuur vernietigen om een andere te krijgen”.

 

Merkwaardige uitspraken aan de vooravond van een hoorzitting, die de Tweede Kamer toch nog wil houden over het al dan niet onder water zetten van de Hedwigepolder. Wordt het advies van Nijpels gevolgd, of verdwijnt het in de prullenmand en zal er een andere keuze moeten worden gemaakt? Het afplaggen van het hoog gelegen Saeftinghe bijvoorbeeld. De Stichting Levende Delta heeft gezorgd, dat de techniek om dat op een verantwoorde manier te doen, beschikbaar is. En niet alleen voor Saeftinghe; het kan in feite overal in het Wester-scheldegebied. Waarom is het dan nodig deze innovatieve methode bij voorbaat een “perspectiefloze weg” te noemen?

 

Hemminga bijt zich vast in een natuurvisie, die zeker niet meer waard is dan “menselijk ingrijpen”. Een visie die volledig haaks staat op bijvoorbeeld de grootschalige menselijke natuuringrepen in het kader van de Deltawerken. Is de provincie Zeeland daar zoveel natuurarmer van geworden? Ik dacht het niet.

 

Een extreem gehalte heeft zijn opmerking, dat met het afgraven van Saeftinghe “de ene natuur wordt vernietigd om een andere te krijgen”. Een constatering die bepaald van weinig respect getuigt voor de landschappelijke en natuurwaarden van de Hedwigepolder, die in zijn optiek kennelijk van geen belang zijn voor Natura 2000, “het netwerk van bijzonder waardevolle gebieden”. Hij weigert daarmee te erkennen, dat het onder zout water zetten van dit in 1907 definitief op de zee veroverde gebied, genocide inhoudt van de interessante veelvoudige flora en fauna, die zich sindsdien ontwikkeld heeft en “de Hedwige” - naast een hoog vrucht-baarheidsgehalte - een bijzondere landschappelijke karakteristiek heeft gegegeven.

 

Wanneer straks wellicht (!) de estuariene getijbewegingen van de oostelijke Westerschelde alles wat leeft, groeit en bloeit met een vernietigende deken vervuild slib bedekken, waardoor de polder verandert in een troosteloos stinkend maanlandschap en daarmee geen grasspriet toevoegt aan de door de heer Hemminga gewenste “natuurlijke processen”, rest de ontpolderaars slechts zich zeer diep te schamen voor dit “natuurlijke proces”. Een proces, dat voor de Hedwigepolder dusdanig verpletterend zal werken, dat de Antwerpse Haven haar tenslotte voor een handvol zilverlingen aankoopt om er het Hedwigedok te graven.