|
bron: Elsevier 26 oktober 2008
Bijna dertig jaar geleden smaakte ik het genoegen een brainstormweekend van de milieubeweging mee te maken. Ik was jong en veelbelovend. Als wetenschapsredacteur van NRC Handelsblad intrigeerde de milieubeweging me: door haar idealisme, haar leugens en door haar macht - toen al.
Groene leugen Ik schreef een kritisch getoonzette reportage over het weekeinde dat op de voorpagina van Z, het zaterdags bijvoegsel, terecht kwam. Het was een van de eerste kritische stukken over de milieubeweging in Nederland, misschien wel hét eerste, en er stond als kop zoiets boven als ‘De Groene Leugen' of ‘De Groene Maffia'.
Een paar dagen later werd ik op het matje geroepen bij een adjunct-hoofdredacteur. Naast hem zat de milieuredacteur van de krant die woedend was omdat ik op zijn gebied was gekomen en die op zijn beurt weer boze telefoontjes had gehad van de milieubeweging, met wie hij op zeer goede voet stond.
Hetze Ik moest aan die poging tot berisping denken toen de Volkskrant deze week in een hoofdartikel opriep om geen hetze tegen de milieubeweging te beginnen.
Amusant. Klaarblijkelijk voelt de Volkskrant zich geroepen om de milieubeweging te verdedigen. Dat begrijp ik wel want een groot deel van de lezers van de Volkskrant staat sympathiek tegenover de milieubeweging, dan wel is er lid of donateur van.
Maar heeft de milieubeweging wel steun van de Volkskrant nodig? Ze is buitengewoon machtig. Er gebeurt in Nederland bijna niets zonder dat de milieubeweging er mee akkoord is. In elke adviescommissie die tegenwoordig wordt ingesteld - van de aanschaf van kleurpotloden tot en met de verbreding van wegen - zitten vertegenwoordigers van de milieubeweging.
Lobby Kijk hoe de Volkskrant zelf omgaat met de milieubeweging. Een paar dagen geleden kreeg de voorzitter van Natuurmonumenten een hele pagina om te klagen over de onvriendelijke behandeling van de milieubeweging, alhoewel hij en passant wel toegaf dat het een beetje was doorgeslagen in Nederland, waar je een bouwproject kunt tegenhouden door twee slakjes op een bouwterrein neer te leggen.
En kijk hoe er is geschreven over het wegenplan van verkeersminister Camiel Eurlings (CDA). De milieubeweging wordt milieubeweging genoemd maar de groepen die opkomen voor de belangen van automobilisten worden de ‘autolobby' genoemd. Dat mag van mij hoor, maar waarom noem je de milieubeweging dan ook niet de milieulobby?
De Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw (de beste kranten van Nederland) pretenderen machthebbers kritisch te benaderen maar doen dat niet bij de uiterst machtige milieubeweging.
Dat zou wel moeten. In de eerste plaats omdat de milieubeweging een machthebber is. Een machthebber die een countervailing power ontbeert.
Gelogen In de tweede plaats omdat de milieubeweging aantoonbaar heeft gelogen. Over het gat in de ozonlaag, over de zure regen, over de opwarming, over de milieuvervuiling, enzovoorts.
In de derde plaats omdat de milieubeweging eigenlijk niet meer past in onze welvarende en schone wereld. In de jaren zestig en zeventig was de milieubeweging buitengewoon nuttig. Ze heeft geholpen de Augiusstal te reinigen. Daarna is de milieubeweging een sta-in-de-weg geworden.
Met andere woorden, het is tijd om de milieubeweging in Nederland en Europa eindelijk eens een keer kritisch te benaderen. Geen hetze, gewoon gezonde argwaan.
Simon Rozendaal
|