|
Vanuit het platform ikmaakmezorgen.nl is door Leendert van Melle een schrijven gericht aan de Provincie Zeeland met de zienswijze betreffende de Startnotitie Milieurapportage Aanpassing Waterkering Perkpolder. Deze zienswijze kunt u nalezen door te klikken op 'lees meer'
Internetplatform ikmaakmezorgen.nl
p/a Leendert van Melle
Havenpark 18
4301CD Zierikzee
AANTEKENEN en
e-mail naar
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Provincie Zeeland
Directie Ruimte, Milieu en Water
Postbus 165
4330 AD Middelburg
Betreft: Zienswijze Startnotitie Milieueffectrapport waterkering Perkpolder
Zierikzee, 26 april 2010.
Hierbij treft u onze zienswijze betreffende de Startnotitie Milieurapportage Aanpassing Waterkering Perkpolder aan:
◦ Inleiding van de startnotitie Een juiste en volledige informatie over de achtergrond en de besluitvorming van de voorfase van een project is van belang. In de MER dient een volledige, objectieve beschrijving van de periode voor de startnotitie opgenomen te worden. Vandaar dat in dit schrijven uitgebreid op die periode ingegaan wordt. De startnotitie geeft een te rooskleurig beeld van de voorgeschiedenis van het project Perkpolder. Wat is er gebeurd tussen januari 1995 (Verdrag verruiming Westerschelde) en juni 2004 (intentieverklaring gebiedsontwikkelingsplan Perkpolder)? Waarom heeft het bijna 10 jaar geduurd voordat er een overeenkomst kwam? De startnotitie vermeldt niets over deze periode en dat geeft te denken. Ook de website www.perkpolder.nl geeft geen informatie over de roemruchte periode voor de startnotitie. Mr. A.J.G. Poppelaars, heeft in zijn scriptie ‘Commotie rond de Westerschelde’ voor de open Universiteit Heerlen onderzoek gedaan naar het falend beleid van het Bestuurlijk Overleg Westerschelde (BOWS), zoals de ondertitel van de scriptie het noemt (Poppelaars, A.J.G., 1998). Het BOWS is niet instaat gebleken voor de gestelde datum over een concreet natuurherstelplan te adviseren. Betrokkenen vielen luidruchtig in het openbaar ruziënd over elkaar heen resulterend in een verslechtering van de politieke verhoudingen.[1] Deze bestuurlijke zeperd[2], zoals Poppelaars het noemt, komt vooral doordat zowel kwalitatief als kwantitatief totaal niet duidelijk was wat er moest gebeuren. Was er nu sprake van natuurherstel of natuurcompensatie? Het aantal berekende hectares voor ontpolderen blonk uit door onduidelijkheid.[3] Tot overmaat van ramp bemoeiden Zeeuwse prominenten als de Commissaris van de Koningin, de heer Van Gelder, en Prof. Dr. Saeijs van Rijkswaterstaat zich persoonlijk en vooral openbaar met het dossier. Ze liepen voor de muziek uit.[4] In 1996, na negen informatieavonden over natuurherstel, concludeerde het BOWS dat er “geen maatschappelijk en regionaal politiek-bestuurlijk draagvlak bestaat voor herstelmaatregelen in de vorm van ontpolderen”. In diezelfde tijd vond dé climax in de voorgeschiedenis rond de natuurcompensatie voor de tweede verdieping van de Westerschelde plaats. De ZMF wist in juni 1996 met succes de vergunning voor de uitvoering van de verdieping te blokkeren en de regering liet vervolgens door een noodwet de verdieping alsnog uitvoeren. Nadat de uitvoering van de tweede verdieping al begonnen was werd de, slechts uit drie leden bestaande, Commissie Westerschelde, onder voorzitterschap van mr. J.A.M. Hendrikx benoemd, om de opdracht, waar het BOWS niet uit kwam, uit te voeren. De minister van V en W nam de voorstellen van de commissie over en heeft ze als het ‘natuur-compensatieprogramma Westerschelde 1998’ vastgesteld. Een commissie van toezicht werd benoemd en netjes werd jaarlijks aan de provincie en de Tweede Kamer over de voortgang gerapporteerd. Jarenlange onderhandelingen met de gemeente Hulst leidden pas in 2004 tot een intentieverklaring over de gebeidsontwikkeling Perkpolder. De startnotitie vermeldt niet dat de bestuursovereenkomst uit 1998 voorzag in maar 10 hectare natuur-ontwikkeling in de voormalige veerhaven Perkpolder. Dit is in de loop van de tijd vergroot naar nota bene 75 hectare buitendijkse natuurontwikkeling. Zo doende werd het ontpolderen rond Perkpolder gebruikt als natuurcompensatie voor de tweede en natuurherstel voor de derde verdieping van de Westerschelde. Hoe is het mogelijk gebleken dat bij het ontbreken van draagvlak (constatering van BOWS) deze niet afgesproken vergroting van het natuurherstel ontstaan is? Het gemeentebestuur van Hulst wilde een economische impuls voor de ‘kop van Hontenisse’ en de provincie Zeeland wilde ontpolderen. Onderhandelingen, door de burger koehandel genoemd, hebben tot het onderhavige project geleid. In de intentieverklaring staat dat de gemeente voor goede, draagvlakbevorderende communicatie zal zorgen. Uit de raadsvergadering en de informatieavonden rond dit project blijkt hoe slecht de verhoudingen in de regio door het forceren van dit soort projecten geworden zijn. Het feit dat de gemeente Hulst op dit moment onderzoekt of juridisch bezwaar tegen ontpoldering van de Hedwigepolder mogelijk is spreekt boekdelen over hoe serieus de gemeente Hulst aan ‘draagvlakbevorderende communicatie’ gewerkt heeft. Voor ons staat het symbool voor de spagaat waar politici in terecht komen als van regeringswege projecten afgedwongen worden. De Staten van Zeeland hebben zich met een pistool op de borst laten omkopen.[5] Het gedraai van de drie regeringspartijen in de Tweede Kamer over het al of niet instemmen met de Scheldeverdragen in december 2008 is illustratief (Zie de twee volkomen aan elkaar tegengestelde moties over de Scheldeverdragen, door de drie regeringspartijen ondertekent).[6] De meerderheid van de Zeeuwse gemeenten (Hulst, Reimerswaal, Terneuzen, Borsele, Schouwen-Duiveland, Sluis, Kapelle, Noord-Beveland en Tholen) hebben zich in moties tegen ontpolderen uitgesproken. Op alle politieke niveaus heeft men geen ontpoldering gewild en toch worden projecten als Perkpolder gerealiseerd. Er dient in de MER een verantwoording en een onderbouwing van de vergroting van 10 naar 75 hectare ontpoldering opgenomen te worden.
◦ Klimaatbuffer De startnotitie refereert aan de website www.klimaatbuffers.nl omdat schorbuffers, een terp en een golfoverslagbestendige zeedijk toegepast gaan worden. Hiermee wordt gesuggereerd dat het project Perkpolder klimaatbestendig is. Voor de opstellers van de MER ging de uitdrukking ‘klimaatbestendig’ kennelijk te ver, maar de website www.perkpolder.nl schroomt niet een hoofdstuk aan klimaatbestendigheid te wijden. Alsof klimaatbestendigheid überhaupt bestaat! Alleen al extreme windkrachten kunnen aan de Nederlandse kust ongekende vernietigingen veroorzaken. Geologen, die in tienduizenden jaren denken zullen alleen maar glimlachen vanwege de onkunde als mensen denken klimaatbestendig te kunnen bouwen. Is het mogelijk om Zeeland klimaatbestendig te maken door massaal te ontpolderen en dan Comcoast-achtige zeeweringen te bouwen en onze dorpen en steden te verhogen naar 10 m boven N.A.P.? Zo iets is uiteraard volledig naast de werkelijkheid en niet realiseerbaar. Het zijn mooie woorden voor projectontwikkelaars die hiermee een hotel op 10 m NAP + met mooi uitzicht over de Westerschelde kunnen bouwen. En het past de milieubeweging. Zij willen als belangenorganisatie aan zo veel mogelijk projecten natuur plakken. Het geeft te denken dat een MER, die veronderstelt een objectieve analyse van de milieueffecten van een project weer te geven, verwijst naar de website www.klimaatbuffer.nl van een belangenorganisatie als de samenwerkende milieubeweging. Zeeuwse waterschapsbestuurders hebben niet voor niets herhaaldelijk er op gewezen dat gelegenheidspacten als Waterdunen en Perkpolder een gevaar voor de veiligheid van de zeewering zijn.[7] Straks in 2011 worden de primaire waterkeringen landelijk getoetst. In de MER over het verplaatsen van de waterkering van Perkpolder dient aangegeven te worden voor welke zeespiegelrijzing dit dijkvak berekend is. Dit zal vergeleken dienen te worden met de norm voor de berekening van de toetsing van de overige waterkeringen in de Westerschelde die in 2011 moet plaats vinden overeenkmstig de Wet op de Waterkeringen. Met deze informatie kan de door ontpolderen verkregen, ongekend dure, klimaatbuffer naar waarde beoordeeld worden.
◦ Milieuvervuiling met PAK’s, PCB’s en zware metalen Dr. C.W. Scheele uit Epe heeft de provincie Zeeland en de ministeries van VROM, Ven W en LNV geïnformeerd over de gevaren voor mens en dier voor de gevolgen van ontpoldering van de Hedwigepolder.[8] Het Scheldewater, zoals het bij het Land van Saeftinghe ons land binnen komt, is zwaar vervuild. Hierbij is sprake van mutagene en kankerverwekkende stoffen, die zich in biomassa, mens en dier kunnen opstapelen en die nauwelijks tot niet afgebroken worden. De heer Scheele heeft nog steeds niet afdoende antwoord gekregen op zijn rapportage en vragen over deze milieuvervuiling. De Scheldeatlas, (Schelde Informatie Centrum, 1999) laat zien dat de PAK’s, weliswaar minder geconcentreerd dan bij de Hedwigepolder, bij Perkpolder nog duidelijk aanwezig zijn. Ook de ISC-rapportage laat zien dat de vervuiling boven de normen is. Deze vervuiling zal in het sediment, dat in de nieuwe natuurgebieden van Perkpolder gaat bezinken, dicht bij woningen aanwezig zijn. In de MER dient uitgewerkt te worden in welke mate vervuiling van deze stoffen in Perkpolder plaats zal vinden. Wellicht zullen de modellen niet voldoende nauwkeurig zijn om deze voorspellingen te doen en zal een hoofdstuk in de MER geschreven worden over kennisleemte.[9] Mocht dit zo zijn dan dient in de MER op basis van deze onzekerheid voor het alternatief ‘buitendijks schorontwikkeling’ van het, in het volgende punt genoemde, Waterschap Zeeuws Vlaanderen gekozen te worden. Dit op basis van het voorzorgprincipe volgens de, ook door Nederland erkende, verklaring van Rio de Janeiro (1992).
◦ Alternatief Waterschap Zeeuws Vlaanderen Het alternatief dat ingediend is door het Waterschap Zeeuws Vlaanderen is door LNV en de politieke druk vanuit de Tweede kamer niet serieus behandeld. Zie het persbericht met de kritiek van het Waterschap Zeeuws Vlaanderen op het validatieonderzoek buitendijks natuurherstel.[10] De ideeën zijn in het validatieonderzoek onvolledig onderzocht en het Waterschap ZV is van mening dat uit een pilotproject kan blijken dat buitendijks natuurherstel goedkoop is en dat daadwerkelijk natuurwaarden verbeterd kunnen worden in combinatie met een verhoging van de veiligheid tegen overstromen. Leg de schorbuffer buiten de bestaande zeedijk in plaats van er achter! Een dergelijke maatregel heeft breed draagvlak in Zeeland en is bewezen effectief. In de MER dient buitendijks schoraanleg als alternatief voor het ontpolderen mede in verband met eerder genoemde vervuiling opgenomen te worden.
◦ Kostenbatenanalyse Het project Perkpolder is duur. Het aanvankelijke plan in 1995 om alleen van de 10 ha. van de veerhaven een natuurproject te maken was financieel niet haalbaar. Zo werd naar combinaties en vooral (Europese) subsidiemogelijkheden gezocht om toch iets met de oude veerhaven te kunnen doen. Door natuur, woningbouw en subsidies te combineren met dijkvernieuwing is er een schijnbaar positief financieel beeld. Bovendien hangt de financiering van de veiligheid af van het succes van tweede huis-projecten. Dit is een bedenkelijke ontwikkeling. Hebben we als gemeenschap, in een tijd van ongekende bezuinigingen, dit geld over voor natuurherstel of voor de happy few die een tweede huis kunnen financieren of zien we het geld als economische impuls voor de regio? Vaagheden die ontstaan door projecten en belangen te combineren. Het is een feit dat de gemeente Hulst en de provincie in de jaren van de ontwerpfase van dit project de nut en noodzaak niet aan de bevolking van de regio duidelijk hebben kunnen maken. Door de MER van het project op te splitsen in deel-merren verdwijnt nu het totaaloverzicht. In de MER dient de kostenbatenanalyse van het hele project bijgewerkt te worden. Tevens dient aangegeven te worden welke partij(en) de risico’s en de aansprakelijkheid draag(t)(en).
◦ Verlanding of estuariene natuur? Kommen aan rivieren en zeemonden verzanden en verlanden. Zie het Zwin. In de startnotitie is niet duidelijk of de ontwerphoogtes van de ontpolderde gebieden door periodiek afgraven op peil moeten blijven in verband met de estuarium functie, of dat het natuurgebied juist moet verzanden en verlanden voor de veiligheidsfunctie. Met andere woorden: Het is niet duidelijk of de natuurfunctie of de zeeweringsfunctie bepalend is. Terecht hebben Waterschapsbestuurders op dit probleem gewezen en wordt bij de Raad van State bezwaar aangetekend tegen de Natura 2000 beheersplannen. De MER dient duidelijk aan te geven of de ontpolderde gebieden moeten/mogen verlanden of dat periodiek weer afgegraven moet worden. Ook in de kostenbatenanalyse dient dit in de onderhoudskosten uitgewerkt te worden.
◦ Woon- en leef milieu In deze paragraaf van de startnotitie wordt volledig voorbij gegaan aan de belangen van de huidige bewoners. Het feit dat juist dit gebied een rijke, eeuwenlange historie heeft wordt volledig genegeerd. In tegendeel, er wordt foute, misleidende informatie verstrekt door te vermelden dat dit gebied pas ingepolderd is. De MER dient een beschrijving te geven van de historische en culturele waarden van dit landbouwgebied en, conform de aangehouden motie van SGP-er Van der Vlies van 25 januari jl. in de Tweede Kamer, verdient het aanbeveling om dit project te ‘hernemen’ en opnieuw de sociale aspecten naar menselijke maat te meten en het alternatief van buitendijks schorontwikkeling zeer serieus te overwegen. Tevens dienen in de MER de verplichting tot onderzoek naar mogelijk prehistorische grafmonumenten, voordat met het project begonnen wordt, opgenomen te worden.
◦ Landbouw en zoutgehalte De informatie in de startnotitie klopt niet met de praktijk. De diepte van het brak-zout grensvlak in het studiegebied varieert van NAP 0,00 tot NAP -0,50 m., schrijft de startnotitie. In de Noordhofpolder komt, volgens onze informatie, het verzilte water pas voor op diepten tussen N.A.P. – 4m en N.A.P. – 14m, terwijl een bron voor beregening slechts 152 mg Cl/l bevat. Er zijn in die polder zes bronnen, die op vijf meter diepte horizontaal het zoete water winnen. Deze praktijkgegevens stroken dus niet met de waarden in de startnotitie. Het is betreurenswaardig dat bezorgde burgers plannenmakers op deze fouten moeten wijzen. Er ontstaat zo de indruk dat deze startnotitie naar een bepaald doel geschreven is. Met een voorgeschiedenis als omschreven door Poppelaars is dit zeer betreurenswaardig. In de MER dient onderbouwd te worden waarom een polder met zoet bronwater, nota bene in Zeeland, vernietigd moet worden.
◦ Wet op de Waterkering De startnotitie is niet duidelijk over de huidige en toekomstige functies van de dijkringen. Met name welke dijken hebben voor het plangebied de regionale keringsfunctie? In de MER dient aangegeven te worden hoe in het plangebied de primaire en regionale keringsfunctie ingevuld tot op heden wordt en hoe die keringsfuncties in de nieuwe situatie uitgewerkt gaan worden.
In afwachting van het milieueffectrapport verblijf ik,
hoogachtend,
namens het internetplatform ikmaakmezorgen.nl
Leendert van Melle.
[1] Pag. 2. ‘Commotie rond de Westerschelde’ (Poppelaars, A.J.G., 1998)
[2] Pag. 2. ‘Commotie rond de Westerschelde’ (Poppelaars, A.J.G., 1998)
[3] Pag. 100. ‘Commotie rond de Westerschelde’ (Poppelaars, A.J.G., 1998)
[4] Pag. 102. ‘Commotie rond de Westerschelde’ (Poppelaars, A.J.G., 1998)
[6] Kamerstukken dossier 30862 nr. 8 en nr. 11
[9] Zie de overige milieueffectrapportages over de derde verdieping van de Westerschelde.
|