Partij voor Zeeland
Art 44 Vragen en antwoorden betreffende subsidiering ZMF PDF Afdrukken E-mailadres
Antwoorden van GS
vrijdag, 16 juli 2010 08:22

Vragen van het statenlid J. Robesin (PvZ) ingevolge artikel 44 reglement van orde

 

AANHANGSEL

tot de notulen van de provinciale staten van Zeeland 2010 nummer 340.

 

Vragen ingevolge artikel 44 van het reglement

van orde inzake 'subsidie ZMf'

Antwoorden van gedeputeerde staten:

(ingekomen 22-06-2010)

 

 

1. Waarom heeft uw college geen juiste uitvoering gegeven aan de op 13 november 2009 aangenomen motie m.b.t. de subsidiëring van de ZMf?

1. Ons college heeft in haar brief aan de voorzitter van provinciale staten van 2 maart 2010, onderwerp 'ZMf subsidie 2010', aangegeven op welke wijze ze uitvoering geeft aan de motie van 13 november 2009. de volgende acties zijn benoemd:

  • • 2010 wordt als overgangsjaar gezien.
  • • Het betreft in 2010 geen budgetsubsidie meer. Het gaat om coördinatieactiviteiten naast het uitvoeren van projecten.
  • • Er is ten opzichte van de subsidieaanvraag een korting toegepast van € 20.000,--.
  • • De ZMf moet thans gesprekken voeren met het COS en het IVN om te komen tot samenwerking.

 

2. Waarop is uw besluit om 2010 te zien als een overgangsjaar gebaseerd, in het licht van deze (ook voor de ZMf) heldere motie en hoe kan dat daarenboven ook nog aanleiding geven tot een subsidieverhoging?

 

 

2. Het besluit om 2010 te zien als overgangsjaar is gebaseerd op drie overwegingen:

  • • Er lopen gesprekken over de vorming van een nieuwe 'groene' organisatie
  • • de provincie gebruikt 2010 om te komen tot een gemoderniseerd subsidiebeleid in 2011 én
  • • er zijn overwegingen naar redelijkheid en billijkheid ten aanzien van de positie van de ZMf (subsidierelatie).

Er is geen sprake van een subsidieverhoging. Alle door de provincie gesubsidieerde instellingen hebben in 2010 een 'integrale loonprijs stijging' gekregen van 1,15% (opgenomen in de provinciale begroting). Bij de ZMf is als enige organisatie - ná de 'loonprijs' stijging - een korting toegepast van € 20.000,--.

 

3. Kan uw college toelichten, wat de passage in het 'verslag stafbespreking Gedeputeerde Wiersma van 3 februari 2010: "Projecten ophogen naar € 280.000,--", betekent en waartoe destijds werd besloten?

 

 

3. In de discussie over een nieuwe subsidiebeschikking ZMf 2010 is mede op basis van de motie van 13 november 2009 'een variant' besproken om de ZMf € 280.000,-- aan projecten uit te laten voeren. Uiteindelijk is besloten tot een subsidiebeschikking ZMf 2010 die naar provinciale staten is verstuurd op 2 maart 2010.

 

4. Kan uw college aangeven waarom de ZMf betaald wordt voor het bijwonen van 'werkoverleggen' en €110.062,-- krijgt voor het bijwonen van 46 van de 54 van de "werkoverleggen"?

 

 

4. De rol en positie van de ZMF is in het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012 geplaatst onder de noemer natuur- en milieucommunicatie en –educatie (NME), dat een eigen rol krijgt bij de provinciale inspanningen om te komen tot een duurzame samenleving. Algemeen geldt dat een goed duurzaamheid beleid begint met draagvlak. Het accent van het NME-beleid ligt in de inzet om aan dit draagvlak gestalte te geven door het ontwikkelen van programma’s en het financieren van activiteiten die gericht zijn op de uitvoering ervan. Hierbij is van belang dat een overlegstructuur wordt onderhouden en dat een voorwaardenscheppende benadering van uitvoerende instanties en overheden wordt gefaciliteerd. 'Het IVN Consulentschap Zeeland (IVN) en de ZMF nemen hierbij een belangrijke plaats in als het gaat om voorlichting, communicatie en educatie op het gebied van milieu'.

Delen van bovenstaande tekst zijn opgenomen in de subsidiebeschikking 2010 om aan te tonen dat de ZMF bijdraagt aan de doelstellingen van het provinciaal beleid.

De gewenste beleidsbeïnvloeding is door de ZMf vertaald in het bijwonen van werkoverleggen

en bijeenkomsten.

 

5. Is het juist, dat uw college inzet op het komen van één groene organisatie voor Zeeland in 2011 en zo ja, kunt u dan uitleggen waarom dat een taak voor de provincie zou moeten zijn en welke kosten daarmee gemoeid zijn?

 

 

5. Het college zet in om te komen tot één organisatie van COS, IVN en ZMf of een ver gaande vorm van samenwerking tussen deze organisaties. Aanleiding hiervoor zijn de uitkomsten van de provinciale kerntaken-discussie en de provinciale bezuinigings-taakstelling gecombineerd met de overtuiging dat er de komende tien jaar maatschappelijke vraagstukken op de provincie afkomen, waarvoor zij een krachtige samenwerkende organisatie op het gebied van ecologie en duurzaamheid noodzakelijk acht. De kosten bedragen € 17.600,-- voor het inhuren van externe begeleiding.

 

 

 

MIDDELBURG, 13 juli 2010

 

Namens de fractie van Partij voor Zeeland,

Gedeputeerde staten,

 

 

J. Robesin

Karla Peijs

 

Viek Verdult