Partij voor Zeeland
Antwoorden op vragen i.v.m. veiligheid niet tot tevredenheid fractie PvZ PDF Afdrukken E-mailadres
Antwoorden van GS
vrijdag 16 april 2010 16:56

Fractievoorzitter Johan Robesin is niet te spreken over de antwoorden die hij van het college van GS heeft gekregen aangaande de toenemende onveiligheid in Zeeland. Hij vindt de beantwoording "uiterst mager". Hij had gevraagd om een taskforce, maar het College vindt "een evaluatie aan het eind van de huidige Statenperiode" voldoende. Johan Robesin meent dat de bevolking van Zeeland dit ook niet voldoende acht.

 

Vragen van het statenlid de heer J. Robesin (Partij voor Zeeland) ingevolge artikel 44 reglement van orde

AANHANGSEL

Vragen ingevolge artikel 44 van het

reglement van orde inzake sterke toename in Zeeland van inbraken bij burgers en bedrijven.

Antwoorden van gedeputeerde staten:

1. Is uw College zich voldoende bewust

van het feit dat de onveiligheid in

Zeeland ernstige vormen aanneemt?

1. Momenteel zijn er geen actuele politiegegevens beschikbaar waaruit blijkt dat de onveiligheid in Zeeland toe- of afneemt. Hierover kunnen wij derhalve geen uitspraken doen.

Uit recent het uitgevoerd onderzoek naar de Sociale Staat van Zeeland en ook de resultaten van de Veiligheidsmonitor 2008, blijkt dat Zeeland qua onveiligheidsgevoelens gunstig afsteekt bij veel andere provincies.

2. Is uw College zich er ook van bewust dat dit gegeven een remmende werking kan hebben op de aantrekkelijkheid van Zeeland om er te wonen, te werken en te ondernemen?

2. Ons college beseft dat elke confrontatie met criminaliteit een grote impact heeft op de slachtoffers en hun directe omgeving. In zijn algemeenheid geldt, gelet op de hiervoor vermelde informatie, dat Zeeland een relatief veilige provincie is waar de mensen zich relatief veilig voelen. Wij zijn van mening dat dit beeld ook niet mag verslechteren.

3. Als een veilige woon-, werk- en leefomgeving behoort tot het takenpakket van het provinciaal bestuur, waarom schiet de aandacht dan tekort en is er nog steeds geen sprake van een integrale aanpak?

3. In ons collegeprogramma Nieuwe Verbindingen heeft ons college zich uitgesproken voor een veilig Zeeland. Voor de duur van de collegeperiode is een budget ter beschikking gesteld om concrete veiligheidsproblemen in de provincie op een integrale manier aan te pakken en daardoor de veiligheid te verbeteren. Na evaluatie van dit beleid kan overwogen worden om dit in de volgende collegeperiode te continueren. Ook in de werkbezoeken van de Commissaris van de Koningin is Integrale Veiligheid het centrale thema voor de lopende twee jaar. Integrale Veiligheid is echter primair een taak van de gemeenten, de politie en het Openbaar Ministerie. Overigens is onlangs een Veiligheidshuis ingericht, waarin alle betrokken partijen samenwerken.

4. Is het College het met onze fractie eens dat de politie teveel bezig is met parkeer- en verkeersovertredingen (budgettaire noodzaak) en veel te weinig met voorzorg, toezicht en controle in woonwijken, winkelgebieden, op straat, in bedrijfs-omgevingen en kleine plattelandskernen?

4. Wij delen deze mening niet. De politie voert een jaarlijks vastgesteld beleidsplan uit. Dit jaarbeleidsplan omvat met name landelijke doelstellingen en prioriteiten van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. In overleg met gemeenten wordt doelstellingen. Er is in onze ogen sprake van een weloverwogen prioritering van de inzet.

5. Is uw College bereid, gelet op de toename en zeker niet op de laatste plaats de heftigheid van het aantal incidenten, om op korte termijn initiatieven te ontwikkelen voor de opzet van een speciale taskforce?

5. Op het gebied van Integrale Veiligheid functioneren momenteel diverse gremia. In een aantal hiervan participeert de provincie op bestuurlijk en/of ambtelijk niveau. Voor bedrijfsveiligheid is recent besloten het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing (RPC) in Zeeland meer inhoud te geven. Dit Platform richt zich op het terugdringen van criminaliteit tegen het Zeeuwse bedrijfsleven. Ook de provincie participeert in het RPC. Op basis van het voorgaande zijn wij van mening dat de aandacht voor veiligheid afdoende is georganiseerd en zien wij geen noodzaak voor een speciale taskforce. Wij zeggen wel toe het huidige beleid van de provincie op het gebied van Integrale Veiligheid, aan het eind van deze collegeperiode, te evalueren.

 

 

Namens de fractie van Partij voor Zeeland

 

de heer J. Robesin

Gedeputeerde staten,

 

Karla Peijs

 

Viek Verdult