Partij voor Zeeland < Oudere column-items < Column PvZ 14 april 2006: Een (on)natuurlijke strijd..!

Oudere Column- Items

Oudere column-items
Column PvZ 14 april 2006: Een (on)natuurlijke strijd..! PDF Afdrukken E-mailadres
Column
vrijdag 14 april 2006 14:52

Column PvZ 14 april 2006: Een (on)natuurlijke strijd..!

 

Een (on)natuurlijke strijd..!

Toen de Belgen in 1839 een verdrag met Nederland afsloten, waarin de toegankelijkheid van de rivier voor “hun”scheepvaart, werd gegarandeerd, moeten ze heel goed geweten hebben wat ze deden. Anno 2006 is immers nog steeds geen speld te wringen tussen de destijds gemaakte afspraken. Ook al hebben de negentiende eeuwse windjammers plaats gemaakt voor metalen giganten, waarvan omvang en uitvoering blijven verbazen. Niet altijd even esthetisch, wel efficiënt. Het kan blijkbaar niet groot en snel genoeg! De economie moet groeien, ook in Antwerpen. Het gaat vooral om die wereldhaven, grote concurrent van Rotterdam. Met een achterland tot ver in Duitsland en Frankrijk.  

De snel stijgende groeicijfers van met name het containervervoer en de tonnenmaten die daarmee gepaard gaan, zijn direct afhankelijk van de getijden. En die trekken zich niets aan van economische noodzaken. Dus moet de mens ingrijpen, zodat er nog groter gebouwd kan worden, nog meer vermogen ontwikkeld en nog sneller gevaren kan worden. Daaromtrent is in het Scheldetractaat van 1839 niets in conditionele zin geregeld. En daar wringt de schoen. Het gaat alleen over toegankelijkheid en dat is een ruim begrip.

Niet voor de eerste keer werd op 31 maart j.l. tijdens een emotievolle vergadering in Heinkenszand over de aanleg van nieuwe getijdenstructuur langs de Westerschelde middels ontpoldering, gepleit voor het instellen van een internationale EU-commissie die het verdrag eens heel kritisch tegen het licht gaat houden en vervolgens met aanbevelingen komt tot aanpassing van de gemaakte afspraken naar de situatie van deze tijd. Daar zijn wij het helemaal mee eens, temeer omdat deze gedachte de kern van het probleem treft. Natuuringrepen ten koste van Zeeuwse ondernemerstakken hoeven de emoties niet langer te beroeren als dergelijke operaties niet zijn toegestaan. Dat moet je internationaal juridisch regelen. Met respect voor elkaars visies en belangen! Niet alleen met respect voor je buurland, in dit geval België

Al vanaf het begin van de twintigste eeuw vinden in de Westerschelde baggerwerkzaamheden plaats om de vaargeul op voldoende diepte te brengen c.q. te houden. Voor een deel is dat van belang voor de scheepvaart van en naar de Zeeuwse havens, maar Antwerpen is hierbij on-tegenzeggelijk de grootste belanghebbende. In de tweede helft van de vorige eeuw is twee maal een verruiming (verbreding en verdieping van de vaargeul) uitgevoerd. Tot de tweede verruiming – eind jaren negentig – hoorde ook het ruimen van de wrakken en andere onbstakels. Teneinde Antwerpen ook voor de komende generatie containerschepen optimaal bereikbaar te maken is een verdere (derde) verruiming noodzakelijk. De regeringen van Vlaanderen en Nederland sloten hierover in maart 2005 een overeenkomst. Er is dus al aardig wat gerommeld in de rivier. Is Zeeland daar economisch gezien zoveel beter van geworden?

Het verloop van de procedures, die volgden, hebben wij op deze pagina frequent in beeld gebracht. Bij die op nationaal niveau gemaakte afspraken om opnieuw de baggerschep naar de bodem van de Westerschelde te brengen, is weliswaar een afweging gemaakt voor de ontwikkelingen op de korte, maar niet voor de lange termijn. Terwijl namelijk de derde verdieping ( de twee eerste werden via noodwetgeving afgedwongen) nog moet worden uitgevoerd, spreken maritieme kopstukken in Antwerpen al over een vierde en mogelijk vijfde verruiming. De consequenties zijn (internationaal) juridisch nog steeds niet ingekaderd. De Westerschelde wordt steeds dieper (en daarmee gevaarlijker) vanwege datzelfde belang, de haven van Antwerpen. Dat dit op enig moment gaat leiden tot een uitzichtloze, rampzalige situatie voor Zeeland en Vlaanderen in het algemeen en de Westerschelde in het bijzonder moge duidelijk zijn.

 

Of  blijven we - de blik op oneindig - ontpolderen tot heel Zeeland weer onder water staat en de provincie toeristisch (nieuw imago) verkocht kan worden als een uniek wedland?

Doorslaande balans

De Westerschelde is niet louter een voorname economische factor, waarvan de balans duidelijk doorslaat in het voordeel van de zuiderburen, maar tevens een belangrijk natuur-gebied. Dat valt niet weg te wimpelen. Duizenden vogels vinden er hun voedsel, vissen gebruiken de rivier als paringsgebied en zeldzame planten verrijken de flora.. Dat is uiteraard prachtig, ook niemand tegen, maar de realiteit is dat natuur en economie niet grenzeloos naast elkaar kunnen gedeien. Daarom zijn  regels bedacht, die ervoor zorgen dat de natuur nooit op de tweede plaats komt en kansen moet krijgen zich te blijven ontwikkelen. Op dat punt zit de discussie muurvast en ontspoort de formule met grote snelheid. Het gaat al lang niet meer om natuurcompensatie bij geleden schade maar om natuurwinst vanuit “groene” inzichten, die niets meer met de werkelijkheid te maken hebben.

We kennen de Vogelrichtlijn van 1979, de Habitatrichtlijn van 1992, de EU-Kaderrichtlijn water, de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet, de Ramsarconventie van 1971, de Visserijquotering en wellicht nog een aantal verplichtingen, die mij even niet voor de geest komen. Een bureaucratisch doolhof waar alleen de “natuurlijken” met elkaars hulp min of meer de weg in weten.

Zo hebben de “groene ijveraar”s voor een derde verdieping van de Westerschelde met veel achterdeur politiek geduw en getrek, gesteund door de media (!), voor elkaar weten te  krijgen, dat grote oppervlakten moeizaam op de zee bevochten vruchtbaar akkerland opnieuw onder water worden gezet ter wille van de natuur. Immers, de Europese richtlijn zegt dat als je ingrepen verricht in de Westerschelde die de natuur schaden, je als overheid behoort te zorgen voor afdoende compensatie. Feit is alleen dat bij een derde verdieping van de Westerschelde geen noemenswaardige natuur beschadigd wordt zoals in al die wetten en richtlijnen wordt bedoeld. Alleen de visstand krijgt opnieuw een forse mep. Die gaat trouwens bij elke nieuwe verdieping steeds verder achteruit en daar wordt niet om gemaald. Dus.. waar gaat het eigenlijk over. Natuur zat in Zeeland, ook in de Westerschelde. Vis, krabben en garnalen? Ho maar! Kapot gebaggerd.

De boeren pikken het niet. Terecht! Dat hebben ze kortgeleden in Terneuzen en Heinkenszand luid en duiudelijk laten blijken. De vastberadenheid is groot, zodat de Zeeuwse milieu-gedeputeerde Kramer (zelf aan natuurman) er een forse kluif aan heeft om Minister Veerman (LNV) uit te leggen, dat de Zeeuwen nog heel goed weten wat er in 1953 is gebeurd. Waar eventueel wel over te praten valt is buitendijks iets doen voor de natuur. Kwaliteitsverbetering van bestaande schorren en slikken en maatregelen voor een gezondere visstand. Dat is overigens ook zonder verdieping een goede zaak. Dijken doorsteken na eerst je bedrijf voor een zak geld van de hand te hebben gedaan (vrijwillig-gedwongen), is voor agrarisch Zeeland een brug te ver. Dat weigert men categorisch, al wil de Provinciale Zeeuwse Courant z’n lezers anders doen geloven. De boeren zouden alleen maar uit zijn op meer geld.

Natuurfanaten

Zo zien we het gebeuren. De strijd tussen natuur en economie in, op en langs de Wester-schelde wordt - over de ruggen van ondernemers in landbouw en visserij en de hele economische keten die daarmee samenhangt - in stand gehouden en aangewakkerd door natuurfanaten, waarmee niet op redelijke basis te praten valt. Zij hebben altijd gelijk. De ZMF is ook zo’n fijne gesprekspartner. Het is een (on)natuurlijke strijd geworden, die nooit zal ophouden zolang diezelfde natuurfanaten uit de belastingkas hun geld blijven krijgen en het Tractaat van 1839 niet op de helling wordt gezet.

Wij misgunnen Antwerpen en andere Belgische havens hun welvaart niet. De Vlamingen weten dat en hebben begrip voor de problemen aan Nederlandse zijde. De situatie kan derhalve op objectieve basis worden aangepakt en opgelost. Juridisch en praktisch. Waterstaatkundige kennis en kunde in overvloed. 

Er ligt een plan voor een grootschalige containerterminal in Vlissingen-Oost, de WCT. Dat plan biedt als eerste een praktisch handvat om de huidige maritieme lijnen op de rivier in hoofdzaak te verleggen (mondiale voorhaven), waardoor nieuwe verruimingen niet langer nodig zijn. Met andere accenten en door inschakeling van meerdere modaliteiten. Wellicht ligt hier een uitdaging voor de Zeeuwse Commissaris van de Koningin, Wim van Gelder, de nieuw benoemde voorzitter van de Nationale Havenraad.