Toekomst Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen

 

                            

College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDDELBURG

                                                                            Oostburg, 01 november 2017,

 

 

Geacht College,

Betreft schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), aangaande ‘Toekomst Voortgezet Onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen’.

 

Toelichting

De brief van uw College van d.d. 31 oktober 2017 aangaande ‘Advies Taskforce Zeeuws-Vlaanderen’ (17023338) is voor de Statenfractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) aanleiding voor het stellen van de hierna volgende vragen.

 

Vragen

  1. Waarom heeft uw College, zonder overleg met Provinciale Staten, binnen een paar dagen na publicatie van dat ‘Eindraprapport’ het standpunt ingenomen alleen ‘bereid te zijn verantwoordelijkheid te nemen in het kader van de leefbaarheid (onder meer voldoende openbaar vervoer en scholierenvervoer), maar geen provinciale taak te zien in de financiering van Voortgezet Onderwijs’?
  2. Het Eindrapport Taskforce Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen spreekt van een package deal waarin alle partijen, de betrokken schoolbesturen en de betrokken overheden hun verantwoordelijkheid dienen te nemen! Waarom heeft uw College, tijdens dit uiterst gevoelige proces, gekozen voor deze wijze van opereren en communiceren, een wijze waarmee uw College de toekomst van het Voortgezet Onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen onnodig verder onder druk zet?
  3. Beseft uw College dat deze problematiek in Zeeuws-Vlaanderen niet alleen het onderwijs raakt maar met name ook de leefbaarheid en de economie in zijn totaliteit?
  4. Is uw College met de Fractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) van mening dat het welslagen van ‘Campus Zeeland’ mede afhankelijk is van de instroom van studenten uit Zeeuws-Vlaanderen en dat die instroom wederom afhankelijk is van het voortbestaan van adequate VO-voorzieningen in met name dat deel van onze provincie om verder weglekken naar België te voorkomen?
  5. Er dient door alle in het rapport genoemde betrokken partijen, waaronder de provincie Zeeland, een zwaarwegend besluit genomen te worden voor 1 januari 2018. Is uw College bereid, gezien die tijdsdruk, per omgaande in overleg te treden met Provinciale Staten van Zeeland, teneinde deze uiterst belangrijke problematiek de aandacht te geven die het verdient?

 

Gezien de urgentie van deze kwestie, verzoek ik uw College deze vragen per omgaande te beantwoorden en niet zoals gebruikelijk binnen de wettelijke termijn van 30 dagen.

 

In afwachting van uw reactie, verblijf ik,

 

 

Hoogachtend,

 

Statenfractie PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ),

François Babijn, Fractievoorzitter

 

deel