Antwoorden GS inzake WATERDUNEN (DEEL 1)

Provinciale Staten
statenstukken V1.2
Vragen van het statenlid Dhr F. Babijn (Partij voor Zeeland) ingevolge artikel 44 reglement
van orde
AANHANGSEL
tot de notulen van de provinciale staten van Zeeland 2016 nummer 113.
Vragen ingevolge artikel 44 van het reglement
van orde inzake Informatiebijeenkomst
over Waterdunen
Antwoorden van gedeputeerde staten:
(ingekomen 26 september 2016)
1. (a) Gaarne vernemen wij van uw College
of Molecaten ook bereid is om te
investeren in Waterdunen indien de
andere “samenwerkingspartners” niet
of slechts gedeeltelijk bereid zijn om
de ontstane tekorten aan te zuiveren
en er eventueel bezuinigd dient te worden
op de uitvoering van het project?
(b) Kan uw College aangeven of het in
dit stadium überhaupt nog wel mogelijk
is om het totale ontstane tekort in te lopen
door te bezuinigen op de uitvoering
van het project?
(c) Tevens wil de fractie van de PARTIJ
VOOR ZEELAND (PVZ) de actuele
stand aangaande de hoogte van het
ontstane tekort van uw College vernemen
en welke bijdragen er aan welke
“samenwerkingspartners” en mogelijk
nog anderen, specifiek gevraagd worden.
1. (a) Dat is ons niet bekend. We zijn in gesprek
met de partners over een bijdrage
aan het project.
(b) Het inlopen van het totale tekort door te
bezuinigen op de uitvoering van het project,
is verkend. Wij zien daartoe geen mogelijkheden.
We verwijzen u naar de scenario's
in het statenvoorstel.
(c) (De actuele stand is opgenomen in de
GREX 2017. De bijdragen die aan partners
worden gevraagd staan vermeld in het Statenvoorstel.
De benaderde partijen, de gesprekken
lopen nog, zijn Stichting Het
Zeeuwse Landschap, Waterschap Scheldestromen
en de gemeente Sluis. De bijdrage
is afhankelijk van de uitkomsten van
de bestuurlijke gesprekken en zijn nog niet
bekend en daarom ook niet meegenomen
in de GREX 2017.
2. Kan uw College bevestigen of het
waar is dat er nog oorlogsmunitie is
gevonden welke geruimd dient te worden,
wat dat (indien dat het geval is)
gaat kosten en wie er opdraait voor die
kosten?
2. Bij de graafwerkzaamheden voor de inlaatkreek,
amoveren van de wegen en Killetje
Buiten (werk dat nog moet worden uitgevoerd)
moet er in verband met de veiligheid
nog detectie, benadering en ruiming van
niet gesprongen explosieven plaatsvinden.
De omgeving van het Killetje buitendijks en
het Inlaatkreek staan bekend als dumplocatie
voor explosieven (vlak na de oorlog).
In de GREX zijn de kosten voor detectie,
benadering en ruiming opgenomen op basis
van vooronderzoek. De ruiming van evt.
grotere bommen of zeemijnen is opgenomen
als risico en onderdeel van de post
onvoorzien.
3. (a) De gerestaureerde boerderij ’t Hof
Waterdunen wordt het steunpunt voor
de zilte teelten, het natuurbeheer en
educatieve activiteiten in het gebied,
lezen wij op de website van www.waterdunen.
com; het betreft dus ook een
soort van onthaalgebouw. Waarom
heeft uw College niet aangehaakt bij
het initiatief van uw “samenwerkingspartner”
Molecaten die het initiatief
neemt voor de bouw van een nieuw
‘onthaalgebouw’; uw College had daarmee
toch een substantiële besparing
kunnen realiseren?
(b) Wat heeft de restauratie en de inrichting
van de gerestaureerde boerderij
’t Hof Waterdunen in totaal gekost
en wie heeft dat betaald?
3. (a) De mogelijke informatiepunten van
Waterdunen zijn in handen van de partners
Stichting Het Zeeuwse Landschap en Molecaten.
Het Hof Waterdunen is een initiatief
van Het Zeeuwse Landschap en ook
gefinancierd door het Zeeuwse Landschap.
Het nieuwe gebouw op 't Hof Waterdunen
is neergezet voor de ontwikkeling van het
Kustlab. Naast productieactiviteiten, is er
een informatieruimte bedoeld voor de kennisontwikkeling
rondom de zilte teelten die
hier plaats vinden.
Daarnaast heeft Molecaten aangegeven
een informatiepunt rondom de kustversterking
en de getijdenduiker in te richten in
het oude gemaal bij het Killetje.
Het Zeeuwse Landschap ontwikkelt
momenteel een plan voor een derde informatiepunt,
dat zal fungeren als entreegebouw.
Voor de bouwfase van het project beschikt
de Provincie over presentatiemiddelen.
Deze staan momenteel in de kerk in
Groede. Onderzocht wordt of deze verplaatst
kunnen worden naar het informatiepunt
van Molecaten in het gemaal.
In het Statenvoorstel is in Bijlage 1 toegelicht
hoe de Provincie kan aansluiten bij het
plan voor het entreegebouw van Het
Zeeuwse Landschap.
(b) Het Zeeuwse Landschap is trekker van
het project Kustlab en eigenaar van 't Hof
Waterdunen. Wij hebben geen inzicht in de
kosten van de inrichting en restauratie van
de boerderij. De Provincie heeft geen bijdrage
geleverd aan ’t Hof Waterdunen.
4. Tijdens de toelichting van het Waterschap
kwam naar voren dat er nog
aanvullende maatregelen genomen
dienen te worden om ‘de inlaat’ ter
hoogte van ‘t Killetje stabiel te krijgen;
wij willen van uw College weten welk
bedrag daar mee gemoeid is en wie
dat gaat betalen.
4. De kosten voor de maatregelen 't Killetje
Buiten zijn onderdeel van de GREX Waterdunen
en onder geheimhouding ter inzage
gelegd. Het betreft werk dat nog moet worden
aanbesteed.
5. (a) Tijdens de rondleiding kwam aan
het licht dat Molecaten in onderhandeling
is over het aantal te bouwen
bouwlagen van het hotel en dat er tevens
discussie is ontstaan over de
bouwhoogte omdat er nog geen ‘ijkpunt’
is overeengekomen voor de begane
grond. Kan uw College aangeven
of- en waarom er afgeweken zou worden
van het oorspronkelijke plan, een
hotel met 80 kamers en waarom er
discussie is ontstaan over het ‘ijkpunt’?
5. (a) In het provinciaal inpassingsplan Waterdunen
zijn de voorwaarden opgenomen
waaraan de bouwplannen van Molecaten
moeten voldoen.
Op grond van dat inpassingsplan is:
- Het maximale aantal kamers 80
- De maximale bouwhoogte 12 meter
- Er een mogelijkheid om af te wijken tot
15 meter.
- Het peil is geregeld in artikel 1.58
onder d. van het inpassingsplan.
Indien Molecaten wil afwijken van de oorspronkelijke
plannen kan daarover het gesprek
worden aangegaan.
Indien het gesprek daarover naar het oordeel
van ons tot een besluit tot aanpassing
van de overeenkomst of het planologisch kader

zou moeten leiden, zullen PS langs die weg bij

de procedure worden betrokken.
(b) Mocht er besloten worden om af te
wijken van de oorspronkelijk geplande
omvang van het hotel, kan uw College
dan de veiligheid garanderen, gezien
het feit dat dit hotel gebouwd wordt op
een plek waar normaliter niet gebouwd
mag worden, maar hiervoor een uitzondering
is gemaakt in de vorm van
een ‘pilot project’?
(b) Het college van burgemeester en wethouders
van Sluis is bevoegd gezag en beoordeelt
de bouwaanvragen. Veiligheid is
een aspect dat wordt meegenomen bij de
beoordeling van de bouwaanvraag. De hotellocatie
bevindt zich achter de primaire
waterkering en heeft daarmee dezelfde veiligheidsnorm
als de andere gebouwen in
het gebied.
6. (a) In het verleden heeft uw College in
antwoord op vragen van de PARTIJ
VOOR ZEELAND (PVZ) meerdere malen
aangegeven dat er bij het project
Waterdunen nooit sprake zou zijn van
verzanding/opslibbing; klopt het dat uw
College, in tegenspraak met uw eerdere
stellig geponeerde uitspraken
over dit onderwerp, er nu van uitgaat
dat hiervoor in de exploitatie jaarlijks
een voorziening dient te worden opgenomen?
(b) Zo ja, welk bedrag is hier dan mee
gemoeid en wie gaat dat betalen?
6. (a) Nee, de Provincie Zeeland neemt geen
jaarlijkse voorziening op. Door optimalisatie
van het ontwerp van de inlaatkreek en van
het bedienregime van de getijdenduiker
wordt de aanvoer van zand en slib zo veel
mogelijk voorkomen. Wel is vanaf het begin
duidelijk geweest dat de praktijk zal
moeten uitwijzen of het systeem voldoet.
Bestuurlijk heeft de provincie de intentie
uitgesproken om te komen tot een gezamenlijke
afspraak dat, mocht baggeren
noodzakelijk zijn, de kosten hiervoor door
de partners in Waterdunen zullen worden
gedragen. Er is geconcludeerd dat niemand
hier onwelwillend tegenover staat.
Echter de discussie hierover loopt nog.
Daarom is er een risico opgenomen in de
provinciale risicoparagraaf.
(b) Zie vraag a
7. Op 23 september jl. kwam ook naar
voren dat 10 procent van het plangebied
(30 hectare) in aanmerking komt
voor aquacultuur. Betreffende de
aquacultuur zou ik de stelling toch wel
aandurven dat het nooit de bedoeling
is geweest om in Waterdunen op commerciële
schaal (want dat is het kustlaboratorium)
aquacultuur te gaan bedrijven.
Het was toch de bedoeling om
een natuur recreatiepark aan te leggen
met wat veldjes waar de toeristen zelf
“zeevruchten” konden plukken (zonder
beboet te worden) ter kennismaking
met de ‘Zilte Zaligheden’? Komt de beleving
van dit peperdure zilte natuurpark
niet in het gedrang door de daarmee
samenhangende bedrijfsmatige
activiteiten die hoogstwaarschijnlijk extra
verkeersbewegingen, bedrijfsmatige
bebouwing en lawaai veroorzaken?
7. Nee, het inpassingsplan bepaald het volgende
over de zilte teelten in Waterdunen:
Zilte teelten
Indien het project Waterdunen naar de mening
van de partijen mogelijkheden biedt voor de realisatie
van nieuwe agrarische activiteiten die
zijn verbonden met het zoute milieu van het
projectgebied, mag de omvang van deze agrarische
activiteiten maximaal 10 procent van het
oppervlak van het projectgebied beslaan.
De agrarische activiteiten mogen geen industrieel
karakter of industriële uitstraling hebben,
maar moeten passen binnen de te realiseren
bijzondere beeldkwaliteit die past bij het integrale
en unieke karakter van het plan en daarmee
bij het landschappelijke, natuurlijke en recreatieve
karakter van het project Waterdunen.
Het Kustlab van Het Zeeuwse Landschap
betreft een experimenteel project dat zich
richt op kennisontwikkeling waarbij landschappelijke
inpassing van aquacultuur
een van de doelstellingen is van het project.
De bouwplannen voor het Kustlab zullen
worden getoetst aan het planologisch kader
en de daarbij horende uitgangspunten
die de kwaliteit en daarmee de beleving
van Waterdunen waarborgen.
8. Tot slot zijn wij benieuwd, n.a.v. de uitspraak
van de heer L. Slager dat de financiering
van de eerste fase rond is,
per welke einddatum uw College de
uiteindelijke oplevering van het totale
project Waterdunen voorziet.
8. De werkzaamheden van de Provincie
Zeeland zijn volgens de huidige planning
1 augustus 2018 afgerond.
MIDDELBURG, 18 oktober 2016
Namens de fractie van PvZ,
Gedeputeerde Staten,
Dhr. Babijn Drs. J.M.M. Polman
A.W. Smit

deel