WATERDUNEN (24-09-2016)

                            

 

College van Gedeputeerde Staten

Provinciehuis

Abdij 6

4331 BK MIDDELBURG

                                                                                                     Oostburg, 24 september 2016,

 

 

Geacht College,

Betreft schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ), n.a.v. zogenaamde “Informatiebijeenkomst” over Waterdunen d.d. 23-09-2016 jl..

 

Toelichting

Op 23 september jl. werd Provinciale Staten van Zeeland uitgenodigd om een informatiebijeenkomst aangaande Waterdunen bij te wonen.

Wie schetst mijn verbazing toen wij ter plaatse een werkelijk fenomenaal succesverhaal voorgeschoteld kregen en er met geen woord gerept werd over het aan het begin dit jaar door Gedeputeerde Staten gemelde tekort van ruim 6,2 MILJOEN EURO! Als klap op de vuurpijl kreeg ik daarenboven tijdens de vragensessie te horen dat het niet de tijd en de plaats was om mijn vragen te stellen!

Om die reden voel ik mij genoodzaakt om mijn vragen in schriftelijke vorm aan uw College aan te bieden.

 

Vragen

  1. (a) Gaarne vernemen wij van uw College of Molecaten ook bereid is om te investeren in Waterdunen indien de andere “samenwerkingspartners” niet of slechts gedeeltelijk bereid zijn om de ontstane tekorten aan te zuiveren en er eventueel bezuinigd dient te worden op de uitvoering van het project?                                                                     (b) Kan uw College aangeven of het in dit stadium überhaupt nog wel mogelijk is om het totale ontstane tekort in te lopen door te bezuinigen op de uitvoering van het project?                                                                                                                          (c) Tevens wil de fractie van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) de actuele stand aangaande de hoogte van het ontstane tekort van uw College vernemen en welke bijdragen er aan welke “samenwerkingspartners” en mogelijk nog anderen, specifiek gevraagd worden.
  2. Kan uw College bevestigen of het waar is dat er nog oorlogsmunitie is gevonden welke geruimd dient te worden, wat dat (indien dat het geval is) gaat kosten en wie er opdraait voor die kosten?
  3. (a) De gerestaureerde boerderij ’t Hof Waterdunen wordt het steunpunt voor de zilte teelten, het natuurbeheer en educatieve activiteiten in het gebied, lezen wij op de website van www.waterdunen.com; het betreft dus ook een soort van onthaalgebouw. Waarom heeft uw College niet aangehaakt bij het initiatief van uw “samenwerkingspartner” Molecaten die het initiatief neemt voor de bouw van een nieuw ‘onthaalgebouw’; uw College had daarmee toch een substantiële besparing kunnen realiseren?                                                                                                                        (b) Wat heeft de restauratie en de inrichting van de gerestaureerde boerderij ’t Hof Waterdunen in totaal gekost en wie heeft dat betaald?
  4. Tijdens de toelichting van het Waterschap kwam naar voren dat er nog aanvullende maatregelen genomen dienen te worden om ‘de inlaat’ ter hoogte van ‘t Killetje stabiel te krijgen; wij willen van uw College weten welk bedrag daar mee gemoeid is en wie dat gaat betalen.
  5. (a) Tijdens de rondleiding kwam aan het licht dat Molecaten in onderhandeling is over het aantal te bouwen bouwlagen van het hotel en dat er tevens discussie is ontstaan over de bouwhoogte omdat er nog geen ‘ijkpunt’ is overeengekomen voor de begane grond. Kan uw College aangeven of- en waarom er afgeweken zou worden van het oorspronkelijke plan, een hotel met 80 kamers en waarom er discussie is ontstaan over het ‘ijkpunt’?                                                                                                                  (b) Mocht er besloten worden om af te wijken van de oorspronkelijk geplande omvang van het hotel, kan uw College dan de veiligheid garanderen, gezien het feit dat dit hotel gebouwd wordt op een plek waar normaliter niet gebouwd mag worden, maar hiervoor een uitzondering is gemaakt in de vorm van een ‘pilot project’?
  6. (a) In het verleden heeft uw College in antwoord op vragen van de PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ) meerdere malen aangegeven dat er bij het project Waterdunen nooit sprake zou zijn van verzanding/opslibbing; klopt het dat uw College, in tegenspraak met uw eerdere stellig geponeerde uitspraken over dit onderwerp, er nu van uitgaat dat hiervoor in de exploitatie jaarlijks een voorziening dient te worden opgenomen?       (b) Zo ja, welk bedrag is hier dan mee gemoeid en wie gaat dat betalen?
  7. Op 23 september jl. kwam ook naar voren dat 10 procent van het plangebied (30 hectare) in aanmerking komt voor aquacultuur. Betreffende de aquacultuur zou ik de stelling toch wel aandurven dat het nooit de bedoeling is geweest om in Waterdunen op commerciële schaal (want dat is het kustlaboratorium) aquacultuur te gaan bedrijven. Het was toch de bedoeling om een natuur recreatiepark aan te leggen met wat veldjes waar de toeristen zelf “zeevruchten” konden plukken (zonder beboet te worden) ter kennismaking met de ‘Zilte Zaligheden’? Komt de beleving van dit peperdure zilte natuurpark niet in het gedrang door de daarmee samenhangende bedrijfsmatige activiteiten die hoogstwaarschijnlijk extra verkeersbewegingen, bedrijfsmatige bebouwing en lawaai veroorzaken?
  8. Tot slot zijn wij benieuwd, n.a.v. de uitspraak van de heer L. Slager dat de financiering van de eerste fase rond is, per welke einddatum uw College de uiteindelijke oplevering van het totale project Waterdunen voorziet.   

 

Gaarne uw schriftelijke beantwoording voorafgaand aan Commissie Ruimte d.d. 7 oktober a.s..

 

 

Hoogachtend,

 

Statenfractie PARTIJ VOOR ZEELAND (PVZ),

François Babijn, Fractievoorzitter

deel